De Taalunie bespaart

taalunie, commissie spelling, groene boekje, 1954, nederland, vlaanderen, suriname, afsluitdijk, het monument, facebook, nederlandse taalunie

Al enkele jaren na elkaar vallen de begrotingstekorten tegen.
Aangezien de Nederlandse Taalunie vooral met subsidies wordt betaald, ziet ook zij haar toelagen verminderen.
De Nederlandse Taalunie is een verdragsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken.
Hun werk is erop gericht om wie Nederlands gebruikt of leert, daarvoor maximaal te steunen.
Dat uit zich onder andere in een Commissie Spelling, die de officiële Nederlandse spelling moet opstellen en vastleggen in de Woordenlijst Nederlandse Taal.
Het is nu vooral die commissie die hard getroffen wordt door de besparingsmaatregelen.
Het is daardoor niet meer mogelijk de woordenlijst elke tien jaar te actualiseren.
Sterker nog, door de krappere budgetten heeft de unie besloten terug te keren naar de spelling van het groene boekje van 1954.
Een bijkomend voordeel is dat de bevolking haar oudere woordenboeken weer kan gebruiken. De aanpak past in het kader van wat de regering noemt “een besparing waarbij de bevolking zo veel mogelijk wordt ontzien”.

taalunie, commissie spelling, groene boekje, 1954, nederland, vlaanderen, suriname, afsluitdijk, het monument, facebook, nederlandse taalunie

Bovendien schaft de Taalunie het Fries af.
Daardoor komt de communicatie met de provincie Friesland in het gedrang, en daarom worden alle wegen erheen afgesloten.
De opvallendste ingreep is dat men in Noord-Holland de Afsluitdijk niet meer op kan, omdat men anders vanaf Friesland de hele weg terug weer moet afleggen.
Niet iedereen is tevreden met die maatregel.
De uitbaters van het restaurant in “Het Monument” op de Afsluitdijk hebben op Facebook een protestgroep opgericht. Die had al na een uur tijd meer dan 2000 ‘likes’.

Boycotten, saboteren en de Ronde van Vlaanderen

Boycot
De Engelse rentmeester Charles Cunningham Boycott (1832-1897) maakte het in Ierland bij zijn pachters zo bont, dat ze hem in 1879 volledig isoleerden. Ze wilden niets meer met hem te maken hebben.
Toen in latere gevallen men iets economisch wou isoleren, noemde men dat een “boycott”. In de internationale politiek wordt het vaak gebruikt als economisch drukkingsmiddel op een staat.
Het woord is dus afgeleid van de familienaam Boycott. In het Nederlands is de spelling tegenwoordig “boycot” met één “t”.
Uit “boycott” ontstond het werkwoord “boycotten”.
Sabotage
De woorden sabotage en saboteren zijn afkomstig uit het Frans. De etymologie is onduidelijk, omdat het Franse “sabot” (een type schoeisel genaamd “klomp”) niet van hetzelfde woord zou zijn afgeleid als het Franse “saboter” (saboteren), dat al in de 13e eeuw zou hebben bestaan, en dat “kloppen”, “slaan” betekende.
Vaak denken mensen dat “sabotage/saboteren” werden afgeleid van “sabot”, omdat arbeiders hun “sabots” in machines zouden hebben gegooid om die te blokkeren en te vernietigen. Maar dat klopt niet helemaal.
Het Franse werkwoord “saboter” kreeg al in de 16e eeuw de betekenis “met de voeten slaan”, dus “schoppen”. Dat was een betekenisverenging van het eerdere “kloppen”, “slaan”.
De huidige als meest waarschijnlijk geachte hypothese is dat men iemand saboteerde door met de voeten op de grond te stampen. Houten klompen op plavuizel maken een oorverdovend lawaai, zodat je niet meer hoort wat wordt gezegd. Heel handig dus als de spreker dingen zegt die je niet bevallen, bijv. als hij opdrachten geeft die je niet wilt horen.
In de 19e en 20e eeuw werd de klomp als symbool gebruikt door de anarchisten, maar zij gooiden hem niet in machines.
Het is wel zo dat in het begin van de 19e eeuw in Lyon (Frankrijk) met klompen weefmachines (“jacquards”) zouden zijn verwoest.
Ook die geschiedenis is niet zo eenvoudig. Lyon en omgeving werden in de 18e eeuw een belangrijk centrum voor weefgetouwen. De nieuwe jacquards waren zo hoog, tot 4 meter, dat ze niet meer in gewone huizen pasten. Er moesten op de duur speciale ruimten voor worden gebouwd, en daarvoor was veel kapitaal nodig.
Daardoor vielen de wevers uiteen in twee groepen. Wie een eigen weefgetouw had, was een “maîtres tisseurs” (meesterwever) of een “chef d’atelier”. Wie dat niet had, was een “canut” (zijdewever). Die termen zijn dus Lyonees taalgebruik.
De canuts werkten in zeer slechte omstandigheden, soms 18 uur per dag, en traden vaak in opstand. Hun opstand in november 1831 wordt beschouwd als de eerste arbeidersopstand. Zij zouden hun “sabot” hebben gebruikt om machines te vernietigen, en toen zou het woord “sabotage” zijn huidige betekenis hebben gekregen.
Overigens mag je die arbeidersopstanden in Lyon echt niet onderschatten: de Franse koning heeft meerdere keren kanonnen en duizenden, zelfs tienduizenden soldaten ingezet om de opstand neer te slaan.
Het woord “sabotage” is dus zeker niet afkomstig van de grote Luikse stakingen, want die vonden pas in 1886 plaats. Het woord “sabotage” was toen al bekend.
Er is echter ook een parallelle ontwikkeling van het woord “saboter”. De technische term “saboter” wordt in de spoorwegtechniek gebruikt en betekent het doorboren van de dwarsbalken om er een spoorstaafvoet doorheen te steken. Die term werd al in 1872 geattesteerd. Zo’n spoorstaafvoet heet in het Frans “sabot”. De omgekeerde beweging, waarbij de kraagschroeven worden verwijderd, werd gebruikt om de spoorwegen te saboteren en treinen te doen ontsporen.
Ronde van Vlaanderen
Naar aanleiding van de Ronde van Vlaanderen in 2012 werd door sommigen opgeroepen om de Ronde te boycotten, wat een zuiver legitieme actie is. Tenslotte kun je niemand dwingen om iets met de Ronde te maken te hebben.
Anderen dreigden ermee verder te gaan en ze te saboteren door punaises op de weg te gooien. Wat een heel andere kwestie is.
Wie die sabotage zou willen uitvoeren is niet bekend, wie de zogenaamde “waarschuwingsbrief” heeft verstuurd is ook niet bekend, en evenmin is bekend met welk doel de brief eigenlijk werd verstuurd: echt om te waarschuwen, of om sympathie op te wekken voor de Ronde en de tegenstanders belachelijk te maken?

Kana-site is verhuisd

logo.pngDe url van de site van de Nederlandse manga-uitgeverij Kana is verhuisd naar
http://www.mangakana.com/nl/

Eigenlijk is dat el een hele tijd het geval, maar sommige fans merken het nu pas.
Kana NL was vroeger van het Franse bedrijf Kana, en op de site van Kana FR stonden ook de gegevens van Kana NL.
Toen werd Kana NL overgenomen door Ballon Media.
De pagina’s van Kana NL moesten dus vroeg of laat wel verdwijnen van de site van de Franse Kana.
De Franse Kana heeft echter nog zowat drie jaar doorverwezen naar de Nederlandse Kana, om de tijd te geven om ons aan te passen.
Alleen heeft blijkbaar niemand de links aangepast, en alle oude verwijzingen via de Franse Kana werken sinds een week of zo niet meer.
Nu moet het dus rechtstreeks via http://www.mangakana.com/nl/, maar alles is er dus nog.

Kana NL

John Vermeulen: 1941-2009, in memoriam

john-vermeulen

John Vermeulen, 1941-2009

Als mensen zoals John Vermeulen sterven, overvalt me altijd dezelfde dubbelzinnigheid: waarom zou ik een in memoriam over hen schrijven en daarin mijn droefheid over hun overlijden uitdrukken, als ik me daardoor eigenlijk de gevoelens toe-eigen van anderen die de gestorvene beter hebben gekend dan ik?

Maar toch kan zo’n dood niet ongezegd voorbij gaan, alsof de dode alleen maar iets betekende voor zijn directe omgeving.

Het is waar: John Vermeulen heeft een groot aantal romans geschreven, en hij werd genoeg gelezen om tot op het einde van zijn leven te worden gepubliceerd. Wat daarna, wat hierna zal gebeuren, is niemand van ons duidelijk, en wie het op dit moment al zou kunnen weten, is nog bezig met dat nieuwe feit een plaats te geven in zijn gevoelens en gedachten.

Want John Vermeulen blijkt meer te zijn dan de schrijver van de eerste roman die ik ooit heb gelezen, toen ik nog niet eens tien jaar was en werd aangetrokken door de lugubere titel “De vervloekte planeet”. Een hele planeet vervloekt! Die titel en het onwerkelijke landschap op de voorpagina, waarop een raket met twee ruimtevaarders in een stalen pak omringd worden door metalen vliegende zwammen, verlicht door een merkwaardige gloed die achter agressief-scherpe bergpieken opduikt – een gloed? een zon? een explosie? – een landschap waarin geen mens zich thuis kon voelen…

Die “vervloekte planeet” heb ik minstens drie keer bezocht, al heeft John achteraf zelf opgemerkt dat het zeker niet zijn beste boek was. Hij was vijftien jaar oud toen hij er mee debuteerde, en vond later dat hij te toegeeflijk behandeld werd, en pas met “Blinde planeet” de klappen kreeg die hij “had verdiend”.

“Schrijven is een vak”, zei hij later in een interview. En elk vak moet je leren. Dat heeft hij dan ook gedaan. Na het fiasco van “Blinde planeet” klom hij met “De binaire joker” bij D. A. P. Reinaert Uitgaven uit het dal. Ook “Contract met een supermens”, zijn eerste techno-thriller, verscheen nog bij die uitgeverij, en Eddy C. Bertin merkte erover op, dat John Vermeulen met dat boek al naar een grotere uitgever had moeten stappen. Dat deed John met “1000 meter van Armageddon”, dat bij A. W. Bruna verscheen en de eerste van ongeveer tien techno-thrillers werd waarmee hij in de jaren tachtig de bestsellerlijsten aanvoerde.

Maar daarna zakte het weer in. Succes in kunst en entertainment is nu eenmaal erg wankel, en heeft meer te maken met de wisselvallige voorkeuren van het publiek dan met de kwaliteiten van de kunstenaar (afhankelijk van “de waan van de dag”, zouden sommigen zeggen). Dus moest hij weer verhuizen. In de jaren negentig verscheen zijn werk zo’n beetje overal. Hij reisde wat kleinere uitgevers rond, maar publiceerde ook historische biografieën bij Uitgeverij Het Spectrum, toneelstukken en tv- en filmscenario’s.

Tenslotte belandde hij tamelijk definitief bij Uitgeverij Kramat, waar het laatste decennium het meeste van zijn werk verscheen. De genres zijn uiteenlopend: heel wat thrillers, maar ook historische biografieën, fantasy, en zijn eerste liefde: sciencefiction.

Daaruit blijkt dat John Vermeulen erg flexibel op nieuwe trends kon reageren. Als zijn eerste roman sciencefiction was, dan mogen we dat als een jeugdliefde beschouwen. Achteraf bekeken heeft hij toen waarschijnlijk onbewust een aantal voorbeelden geïmiteerd. Inhoudelijk verschilt de roman niet veel van wat toen als een goede sf-roman voor de jeugd werd beschouwd. Toen de techno-thriller hoogtij vierde, schakelde hij daar zonder problemen naar over, net zoals hij dat later deed met fantasy.

Veel prijzen heeft hij nooit gewonnen. Onderhoudende, degelijk geschreven avonturenromans hebben nu eenmaal nooit veel genade gevonden in de ogen van het kransje “letterkundigen” dat doorgaans prijzen uitreikt, maar in 1988 kreeg hij wel de Prijs van de Grote Jury voor “Solo Race”, en in 2000 won hij zowel de Internationale Ambrozijn Prijs voor Korte Verhalen als de John-Flandersprijs voor een van zijn Vlaamse Filmpjes.

Ja, voor een van zijn Vlaamse Filmpjes: vanaf 1979 publiceerde hij in totaal elf Vlaamse Filmpjes, het laatste in 2004. Maar eigenlijk heeft hij zijn hele schrijverscarrière door regelmatig voor de jeugd geschreven, naast her en der verspreidde verhalen.

Minder bekend is dat hij ook non-fictieboeken uitgaf, vooral over varen. Zijn ervaring met zeilen blijkt duidelijk uit boeken zoals “Ring van vuur”, “Solo Race” en “De kat in het aquarium”. Uit zijn historische biografieën blijkt dat hij zich uitstekend in historisch materiaal kon inleven. Dat inlevingsvermogen kwam hem niet alleen van pas als roman- en verhalenschrijver, maar ook als redacteur voor watersporttijdschriften, waar hij nogal wat artikelen aan bijdroeg.

De laatste jaren verscheen zijn werk vooral bij de kleine uitgeverij Kramat. Veel kan hij daar niet aan hebben verdiend, dus moet hij wel hebben geschreven omdat hij het graag deed. Dat blijkt ook uit getuigenissen van schrijvers die hem hebben gekend.

Marie-José meldde op Pure Fantasy: “We hadden pas nog contact via Facebook over zijn betrekkelijke onbekendheid in het Nederlandse taalgebied, hoe raar dat dit was omdat hij zoveel werk uitgebracht heeft.”

Thirza schreef op hetzelfde forum: “John is degene die mijn schrijven begeleid en beïnvloed heeft vanaf het moment dat ik hem leerde kennen in 2003. Hij was degene die me aanspoorde mijn werk uit te geven. (…) Hij heeft me gestimuleerd, vooral middels zijn onuitputtelijke cynische kracht.”

Ook op dat forum schreef Ishtarsarrow: “Ik leerde hem pas heel onlangs kennen via een gesprek op internet.”

Daaruit blijkt dat John voor de lezers erg toegankelijk was, wat wordt bewezen door Ka Sha Gan: “Ik herinner me zijn toegeeflijke bitterheid.” Ka Sha Gan verklaarde daarover in een privé-bericht aan uw huidige auteur: “Door onze [van Ka Sh Gan met John] correspondentie zweefden altijd van die flarden mist, ontgoocheling over het leven en teleurstelling over de mensheid. Maar tegelijk iets van een realisme dat hem liet doen wat hij kon. Schrijven. (…) Dus de flarden mist van ontgoocheling scheren nu doelloos voor me langs, maar ik zal altijd dankbaar zijn dat ik met hem heb mogen corresponderen. ”

En Ziburan postte: “Heb hem meerdere malen ontmoet en zelfs naast zijn schrijfkunsten mogen genieten van zijn kookkunsten.”

Ook op het online-rouwregister van Inmemoriam.be blijkt hoezeer John Vermeulen werd geapprecieerd.

Als John nu in een ander landschap opduikt, wensen we hem minstens een paradijselijker omgeving toe dan “De vervloekte planeet”.

Peter Motte, dinsdag-donderdag 25-27 augustus 2009

Er is een online rouwregister geopend voor John Vermeulen.

[Omwille van de privacy worden de werkelijke namen van de getuigen niet onthuld, maar de schuilnamen zijn geen gelegenheidspseudoniemen bedacht door de auteur van dit artikel.]