
Sommigen vragen zich af waarom de Umwelt van bv. een hond nog niet geëvolueerd is tot het nabootsen van de menselijke stem. En zij besluiten daaruit dat er geen genetische behoefte voor een hond is om iets terug te zeggen.
Maar de hond is nog maar een paar tienduizend jaar of zo gedomesticeerd. In zo’n korte tijd kun je niet van een “wolventaal” naar een “mensentaal” evolueren. En soms proberen honden wel degelijk met mensen te communiceren, maar het is een soort die behalve klank ook lichaamstaal gebruikt. Hij kan zich bv. tussen twee mensen wringen om ze uit elkaar te houden. Meestal is dat uit een vorm van jaloezie. Of hij kan je kop op je been leggen, en zeer hard drukken. Dat is vragen om eten te krijgen. Daarin zien we eigenlijk al een evolutionair element, want normaliter doen alleen welpjes dat bij de moeder om op de tepels te duwen. Volwassen honden doen dat echter ook. Dat gedrag is dus afgeleid van een ander gedrag, maar heeft een enigszins andere inhoud gekregen.
Voor sommigen is lichaamstaal echter alleen maar gedrag en geen taal. Dan beland je bij de discussie van wat je een “taal” kunt noemen. Sommigen vinden dat grammatica een voorwaarde is. Feit is dat honden van alles uitdrukken met geluid (grommen, blaffen, janken…) maar ook vaak gedrag vertonen (kwispelstaarten, door hun poten zakken, tegen je aanleunen…). Het blijft hoe dan ook communicatie, en je kunt het ene niet los zien van het andere, want dan verminder je de communicatiemogelijkheden.
Overigens: de reden dat veel mensen goede vertellers maar slechte schrijvers zijn, is precies dat het lichamelijke deel bij het schrijven wegvalt, en niet alleen maar dat wat aan de gesproken taal vasthangt, zoals intonatie.
Kijk, nu ben ik in de val getrapt om het over lichaamstaal als taal te hebben, maar ik vind het uitsluiten van de lichaamstaal als onderdeel van de taal van de hond een typisch symptoom van het “mensen zijn superieur”-fenomeen.
Maar wanneer worden klanken begrepen als communicatie door wie de klanken hoort? Stel dat er in een apensoort nog niet echt met tekens gecommuniceerd wordt. Bij sommige apensoorten is er een kreet die waarschuwt voor een slang. De aap kan die kreet wel slaken, maar die andere apen begrijpen dat niet noodzakelijk. Bovendien gebruiken apen van dezelfde soort overal dezelfde kreet voor die slang. Als de genetische aanpassing voor communicatie plaatsvindt in één aap, dan heeft het dier er niets aan.
Het ontstaan van die kreet is echter alleen maar mogelijk is als er al een aantal andere mogelijkheden zijn: zicht, geheugen, stem… Alle elementen die nodig zijn om de kreet op te wekken, te doen uitstoten, en om de link tussen de kreet en de slang te leggen – al die bouwsteentjes – moeten aanwezig zijn voor de kreet een “waarschuwingswoord” kan worden.
Als die bouwsteentjes er zijn, dan zijn die ontstaan door evolutie, maar die evolutie is niet noodzakelijk het gevolg van een behoefte aan taal. Elke willekeurige aap is dan wel in staat om de volgende stap in de evolutie te zetten: het uitbrengen van een klank die een betekenis heeft en die door andere apen als een klank met die specifieke betekenis kan worden begrepen.
Er wordt niet plots een sprong gemaakt van helemaal geen taal zonder mogelijkheden tot taal, naar wél een taal.
En hoe ontstaat die betekenisinhoud dat? Wie zegt dat die kreet vanaf het begin de bedoeling had om de anderen te waarschuwen? Het kan ook een poging zijn geweest om de slang weg te jagen. Als de anderen dan beginnen te begrijpen dat het betekent dat iemand een slang probeert weg te jagen, dan kunnen ze daaruit ook afleiden dat ze er zelf voor moeten uitkijken, en dan kan de kreet een vaste, waarschuwende betekenis krijgen.
zaterdag 21 maart – vrijdag, 10 april 2026









