Recensie: Arnaud Huftier: De onmogelijke vertaling / L’impossible traduction

Dit boek staat in een traditie die uniek is voor de wereld: de tweetalige Nederlands-Franse aanpak van België. Slecht toegepast leidt ze tot onderdrukking van een van de twee talen, maar goed gebruikt is ze een verrijking voor beide culturen.

Het is die verrijking die Arnaud Huftier en Peter Motte in deze uitgave hebben nagestreefd. Arnaud Huftier is een assistent letteren van de universiteit van Valenciennes. Hij doktoreerde op een van de merkwaardigste terreinen van de literatuur ter wereld: de verstrengelde Belgische literatuur, waar Vlaams, Waals, Frans, Nederlands en Belgisch op zo’n manier door elkaar lopen, dat het voor buitenlanders surrealistisch wordt. Het getuigt dan ook van Arnauds inzicht en doorzettingsvermogen dat hij het goed kon onderzoeken, maar bovendien is het verhelderend om de verwonderde en neutrale blik van een niet-Belg op het onderwerp te zien.

Peter Motte en Arnaud besloten samen om het essay over de Nederlandstalige Belgische fantastische literatuur in een tweetalige Nederlands-Franse editie uit te geven, in een al even opmerkelijke vorm als het land zelf: er is geen achterpagina. Het boek telt wel twee voorpagina’s!

Ze besloten het essay in het Nederlands en het Frans af te drukken, maar op zo’n manier dat de lezer kan kiezen wat hij als de eerste taal beschouwt. In plaats van de ene tekst na de andere af te drukken, werd ze ten opzichte van elkaar ondersteboven afgedrukt. Als men het boek omdraait, krijgt men een andere voorpagina met de andere taal.

De kunstenaar Johnny Bekaert heeft daar nog een schepje bovenop gedaan door een voorpagina-illustratie te creëren die geen onder- of bovenkant heeft.

Deze goed geannoteerde editie heeft niet alleen een diepgaand inzicht in de ontwikkelingen van de Nederlandstalige Belgische sciencefiction, fantasy, griezel en fantastische literatuur van het begin tot heden, maar is in zijn uitgavevorm een uniek kunstwerkje geworden.

Arnaud Huftier, De onmogelijke vertaling: de Nederlandstalige Belgische fantastische literatuur / L’impossible traduction: Le fantastique Belge d’expression néerlandaise, 2004, Geraardsbergen (België) – Amiens Cedex (Frankrijk), De Tijdlijn – DUNE, La ligne de temps hors série 3, vertaling: Peter Motte, paperback, 20 x 13,2 x 1,7 cm, 2 x 109 p’s, 15 euro, met vermelding ‘Arnaud Huftier’ te storten op 000-1668632-38 voor België, op IBAN BE24-0001-6686-3238 BIC BPOTBEB1 voor het buitenland, ISBN 2-905725-97-4

SEEK MY FACE: Donderdag 10 november 2005

And now for something completely different….

Mijn carrière als technisch vertaler werd mogelijk door mijn al jonge belangstelling voor het verkeerd gelabelde genre sciencefiction, want het is eigenlijk meer technical fiction, sterker nog: technical adventure fiction, dan SCIENCEfiction.

Vandaar dat ik aangenaam verrast was toen ik werd uitgenodigd om mee te werken aan de eendagsconferentie Seek My Face aan de TU Delft (Nederland).

MoTiv probeert er in samenwerking met studenten en studentenorganisaties aan de TU de motivatie te achterhalen van de ‘helden’ in de sport, de muziek, bedrijfsleven en universiteit, en de onderliggende idealen van de hedendaagse sciencefiction. Welke krachten gaan er schuil achter het succes van mensen? Wat zijn de diepe, onzichtbare bronnen waar mensen uit putten? Ze proberen die diepe bronnen aan te boren en zo het ware gezicht van de mens te vinden.

Een van de thema’s is SCIENCEFICTION.

Sciencefiction is gebaseerd op onze ervaringen in onze tijd en onze verwachtingen en dromen. SF benadert onze werkelijkheid door middel van spel, fantasie en creativiteit. Wat zijn de bronnen waar SF-schrijvers uit putten? Zij werken met de vraag: wie zijn we? Hoe leven we? Wat zijn onze mogelijkheden en onze kansen?

Het voorlopige programma plaatst het interview met mij om 16.45.
Om 19.15 volgt een afsluiting met alle vier de sprekers, met aansluitend een buffet.
Daarna volgt om 20.00 een parallelle discussie met elk thema in 1 hoek.

Meer info later, o.a. op http://www.seekmyface.tudelft.nl/

Ervaringen van een vertaler

Van een vertaler kreeg ik het volgende verhaal over zijn vroegste ervaringen:

Toen ik pas begon, kreeg ik van een Belgisch bureau (nu ja, een freelancer die zich voordeed als een middelgroot bureau) een gratis proefvertaling voorgeschoteld van maar liefst zeven pagina’s! Met een redelijk krappe deadline.

Ik zei dat hij overdreef en na lang onderhandelen bleef hij beweren dat het een proefvertaling was, maar uiteindelijk ging hij akkoord om toch een (heel laag, maar als beginneling besefte ik dat toen niet, het was mijn derde of vierde klant) tarief te betalen.

Hij zei er nog bij dat het de eerste keer was dat hij betaalde voor een proefvertaling, maar dat hij het wilde doen, om zijn goede bedoelingen te tonen.

Een week nadat ik de “proefvertaling” had geleverd, kreeg ik de tekst terug, met de mededeling dat de klant helemaal niet tevreden was en dat hij korting wou.

Ik heb elke opmerking weerlegd, met telkens de uitleg en een verwijzing naar een naslagwerk erbij. Geen enkele correctie bleek gerechtvaardigd, er was telkens een fout aan toegevoegd in plaats van verbeterd. Achteraf vermoedde ik dat hij er zelf zo’n hoop wijzigingen heeft ingestopt, om een korting te kunnen vragen.

Ik heb ‘m mijn reactie teruggestuurd en even later belde hij met de mededeling dat hij mijn reactie wel begreep, maar dat ikniet flauw moest doen. “Al mijn andere vertalers geven in zo’n geval zonder morren meteen 50% korting, dus ik verwacht dat je dat ook doet.”

Maar dat heb ik dus niet gedaan.

Een dag later belde hij weer voor een vertaling en wou hij dat ik voor “echte” opdrachten nog goedkoper ging werken dan het al goedkopere tarief van de “proefvertaling” (hij bood toen – vijf jaargeleden – 35 eurocent per regel, zo’n 4 cent per woord; “want er gaat nog heel veel werk volgen”, nog zo’n liedje dat we al kennen). Hij had namelijk”tientallen vertalers die staan te springen om tegen zo’n tarief te MOGEN werken”.

Ik heb ‘m vriendelijk gezegd dat hij die mensen dan een plezier mocht doen van mij, maar dat ik het niet deed en dat ik voortaan mijn gewone tarief zou rekenen.

Ik heb niets meer van ‘m gehoord, behalve toen hij excuses verzon waarom de betaling maar niet kwam.

Taalmodel: pas / maar

FOUT ? Michael Schumacher is pas zevende.

Is die zin fout?
Dat hangt ervan af.

Hij is juist als wordt bedoeld: “Michael Schumacher is nog niet lang geleden over de eindstreep gereden, en hij eindigde op de zevende plaats.”
Als echter wordt bedoeld: “Michael Schumacher eindigde niet hoger in de uitslag dan op de zevende plaats,” dan is het fout.

‘Pas’ is een bijwoord van tijd.
Zoals de meeste bijwoorden heeft het een heel scala aan betekenissen, die erg met elkaar verwant zijn.

Het betekent in de eerste plaats: “juist, net, zopas, zo-even, nog niet lang’.

Voorbeelden:
– Hij is pas vertrokken.
– Het bericht is pas aangekomen.
– Hij is pas klaar.

‘Pas’ betekent ook: ‘niet later dan’.
Voorbeelden:
– Het is pas acht uur.
– Pas tien jaar na de moord werd de dader gearresteerd.

‘Pas’ betekent verder: ‘niet ouder dan’.
Voorbeelden:
– Ze is pas twintig jaar.

En ook: ‘niet verder dan’.
Voorbeelden:
– We zijn pas in Utrecht.

En ‘nog maar net’.
Voorbeelden:
– Dat is pas het begin.

Er is meer: het betekent ook ‘niet eerder dan’.
Voorbeelden:
– Hij staat pas om acht uur op.
– dan pas
– nu pas

Onze openingszin moet dus zijn:
– Michael Schumacher is maar zevende.
– Michael Schumacher is slechts zevende.

Maar toch hoor je nogal eens ‘pas’ in zinnen zoals onze openingszin.

Waar komt dat vandaan?
Het is een hypercorrectie.
Het Franse ‘que’ wordt vaak vertaald door ‘maar’.

Voorbeelden:

– Frans: ‘Il ne vient que demain’ wordt FOUT ‘Hij komt maar morgen’ i.p.v. GOED ‘Hij komt pas morgen’.

– Frans: ‘Il ne reviendra qu’en 2007’ wordt FOUT ‘Hij komt maar in 2007 terug.’ i.p.v. GOED ‘Hij komt pas in 2007 terug.’

Let wel: ‘que’ vertalen als ‘maar’ is niet per se verkeerd, maar het is wel verkeerd als het om een tijdsbepaling gaat.
Met andere woorden: men leert dat ‘maar’ vaak verkeerd is, en dat het in zo’n geval ‘pas’ moet zijn. Daardoor gaat men ook ‘maar’ vervangen door ‘pas’ waar het ‘maar’ moet blijven. Dat is hypercorrectie.
Hypercorrectie ontstaat eigenlijk omdat men de taalregel niet goed kent. Men weet wel dat er iets verkeerd is, maar men weet niet precies wat. En daardoor ontstaan zinnen zoals: ‘Michael Schumacher is pas zevende.’ (hypercorrectie vorm) terwijl ‘Michael Schumacher is maar zevende.’ goed is, maar als fout wordt aangevoeld.

Tellen van vertalingen

Een collega meldde dit probleem:

“Ik heb onlangs een korte tekst vertaald waarin een paar keer denaam van een bedrijf werd genoemd. De opdrachtgever heeft het aantal keren dat deze naam voorkwam van het totale aantal woorden afgetrokken (rond 6%) omdat de naam niet vertaald diende te worden.”

De klant maakte om te beginnen als klant een fout, want hij had dat niet met de vertaler afgesproken toen hij de opdracht aanbood.
Maar daar stopt het niet.
Ook de redenering van de klant klopt niet.
Er moet bijv. wel worden uitgezocht of de naam grammaticaal op dejuiste plek in de zin zit, er moet worden beslist of de naam in bron- endoeltaal op dezelfde manier gebruikt kan worden (samenstellingen, naamval, geslacht, meervoudsvormen…), er moet zelfs worden beslist ofde naam in de doeltaal überhaupt wel steeds gebruikt moet worden: misschien moet het product- of de bedrijfsnaam in sommigezinnen worden weggelaten of toegevoegd.
Ook is een woordtelling maar een hulpmiddel om een idee tekrijgen van de omvang van het werk. De berekening is nietgebaseerd op de feitelijke inspanning per woord, al was het maaromdat een vertaler niet woord voor woord vertaalt, maar pertekst/tekstdeel/idee/zin/zinsdeel.
De feitelijke inspanning per woord varieert zeer, soms zoek je een kwartier of uur naar één woord, soms zijnhele zinnen glashelder en gaat het allemaal heel snel.
Ook voorzover een naam inderdaad weinig inspanning kost, dan nogtelt hij mee voor het gemiddelde. Ook woordjes als “de”, “is” en”in” zijn (soms, afhankelijk van taalpaar) heel snel te vertalen,maar tellen toch volledig mee. Als zulke woorden niet meegeteldwerden, zou redelijkerwijs ook voor lastige termen die veelresearch vereisen een (hoger) uurtarief moeten gelden. Dat wil deopdrachtgever vast ook niet. In teksten met veel (soms losse)lastige termen kan dat erg oplopen.
De vertaler bepaalt zijn prijs op basis van een gemiddelde inspanning per woord/zin/teken.
Een woordtarief heeft vrijwel niets met het werk per woordte maken.

Taalmodel: apostrof bij verkleinwoorden van cijfer- en letterwoorden

FOUT Hij had zijn hele carrière bij hetzelfde aanneembedrijf gewerkt,en zijn cv’tje besloeg amper een half A4-tje.

GOED Hij had zijn hele carrière bij hetzelfde aanneembedrijf gewerkt,en zijn cv’tje besloeg amper een half A4’tje.

VERKLARING
Je gebruikt een apostrof bij verkleinwoorden van cijfer- en letterwoorden.

De apostrof wordt gebruikt bij afleidingen (o.a. verkleinwoorden enbezitsaanduidingen of genitiefvormen) en meervoudsvormen van cijfer- en letterwoorden. Het gaat hierbij om de achtervoegsels -tje, -er/-ster en -s. Het is daarom A4’tje en bijvoorbeeld ook 65+’er, VVD’ster, NV’s, tv’tje en PvdA’s beleid.

Bijzonderheid
In samenstellingen waarin het eerste lid een cijfer- of letterwoord is,schrijven we een koppelteken: A4-formaat, 65+-pas, VVD-vrouw, tv-toestel, PvdA-beleid.

Wanneer we A4’tje willen afbreken aan het eind van een regel, wat weoverigens beter kunnen vermijden, dan schrijven we wel een koppelteken. De apostrof valt dan weg: A4-/tje en ook: 65+:-er, PvdA-/ster, tv-/tje.

Taalmodel: meervoudsvormen van tijdaanduidingen

FOUT Na amper zes maand als minister stapt hij op.

GOED Na amper zes maanden als minister stapt hij op.

VERKLARING

Alleen de tijdaanduidingen op -r blijven in het enkelvoud na een bepaald telwoord. Het is dus zes uur, zes jaar, zes kwartier.

Na een onbepaald telwoord worden die woorden wél verbogen.Het is dus ook: een paar uur, een paar jaar, een paar kwartier.

Echter: de tijdaanduidingen die niét op een -r eindigen, worden wel in het meervoud gezet na een bepaald telwoord. Het is dus: zes dagen, zes weken, zes maanden.

Tijdaanduidingen die niet op een -r eindigen, worden dus na een meervoudig telwoord altijd in het meervoud gezet.

Het is een van de moeilijkste regels, omdat sommige dialecten anders werken. Ik heb hem dan ook op een etiketje geschreven en dat op de rand van mijn pc-monitor gekleefd.