Taalmodel: te-infinitieven

Het FOUT/GOED-zinnetje van vandaag komt uit de correctieslag van een aflevering van het stripverhaal Bleach.
En de kern van het probleem is de te-infinitief in de beknopte bijzin.
Hiermee wordt ook een blik gegund in de keuken van de voorbereiding van zo’n stripverhaal: er komt veel meer werk bij kijken dan je zou verwachten.

Het uitgangszinnetje is 1:

1 Ben je er zo op gebrand Rukia proberen te redden?

Dat is duidelijk verkeerd.

Maar hoe moet het dan wel?

Als we wat met grove hagel schieten, kunnen we al minstens deze varianten in elkaar puzzelen:

  • 2 Ben je er zo op gebrand Rukia te proberen redden?
  • 3 Ben je er zo op gebrand om Rukia te proberen redden?
  • 4 Ben je er zo op gebrand om Rukia proberen te redden?
  • 5 Ben je er zo op gebrand om te proberen om Rukia te redden?
  • 6 Ben je er zo op gebrand Rukia te proberen te redden?

Enkele collega’s deden er nog wat variantjes bij.

  • 7 Ben je er zo op gebrand te proberen Rukia te redden? (van Wil)
  • 8 Ben je er zo op gebrand te proberen om Rukia te redden? (van Jan)
  • 9 Ben je er zo gebrand op te proberen Rukia te redden?
  • 10 Ben je er zo op gebrand om te proberen Rukia te redden? (van Harry)
  • 11 Ben je er zo op gebrand om Rukia te proberen te redden? (van Harry)

9 werd al snel afgekeurd wegens de rare plaats van die “op”.

Enkelen waren niet zo gecharmeerd van dat “gebrand”:

  • 12 Wil je zo graag proberen om Rukia te redden? (van Desirée)
  • 13 Wil je zo graag proberen Rukia te redden? (van Jacki)
  • 14 Ben je zo vastbesloten om te proberen Rukia te redden? (van Jacki)
  • 15 Moet je nou echt proberen Rukia te redden? (van Willeke)
  • 16 Moet je nou per se proberen Rukia te redden? (van Henk)

Anderen hadden het idee dat je die “proberen” beter wegliet:

  • 17 Ben je er zo op gebrand om Rukia te redden? (van Desirée)
  • 18 Ben je er zo op gebrand Rukia te redden? (van Wil en Beata)
  • 19 Ben je er zo op gebrand een reddingspoging te wagen? (van Ellis)
  • 20 Moet je nou per se proberen Rukia te redden? (van Henk)
  • 21 Wil je Rukia dan per se redden? (van Ellis)

En enkele anderen probeerden (héhé) zowel die “proberen” te omzellen, als dat “gebrand”:

  • 22 Wil je Rukia zó graag redden? (van René)
  • 23 Wil je Rukia zó per se redden? (van René)
  • 24 Wil je Rukia dan zo graag redden? (van Beata)
  • 25 Wil je Rukia dan zo per se redden? (van Beata)

Onze conclusies

De inzenders zien dus grosso modo twee problemen:

  • “proberen”
  • “gebrand”

“Gebrand” is niet echt het probleem hier, al laten sommigen het liever weg om vlottere spreektaal te krijgen.

Wat dat “proberen” betreft:

“Proberen” leidt tot twee te-infinitieven in dezelfde zin, en bovendien kort na elkaar. Want, inderdaad, beide te’s moéten er staan.

    En waarom 2 te’s?

  • Ten eerste: na “om” en voor de infinitief hoort altijd “te” te staan.
    Dus die eerste “te” mag al niet weg.
    Om het gemakkelijk te maken: die “om” mag wel weg.
  • Ten tweede: “proberen” wordt altijd gecombineerd met een te-infinitief.
    En daardoor worden we met een tweede “te” opgescheept.

Daarom zijn de mogelijheden 1, 2, 3 en 4 al sowieso verkeerd.

De mogelijkheden met maar één “te” kunnen volgens de ANS niet in de standaardtaal. Ze zijn “regionaal”, “met name in het westelijke deel van België”. Het is dus echt “Vlaams”, en niet “Belgisch Nederlands”, want dat omvat ook Brabants en Limburgs (het midden en het oosten van België).

Meer uitleg over te-infinitieven en regionale varianten ervan op de website van de ANS.

“Proberen” weglaten was dus een goede invalshoek, maar dat kon niet. Het zinnetje werd namelijk gezegd door een persoange, en later werd het door een ander personage geciteerd. Hij zegt dan zoiets als: “Het is niet ‘proberen te redden’, maar ‘redden’.”

Dus moest die “proberen” erin blijven, of iets dat erop leek, en tegelijk moesten de elementen “proberen” en “redden” dicht bij elkaar blijven, want anders werd het citaat te lang.

De enige mogelijkheid om wat minder last te hebben van die twee te’s is door ze wat van elkaar te scheiden door “Rukia” tussen de twee te-infinitieven te zetten. Dat is grammaticaal toegelaten.

De eenvoudigste variant die we dan krijgen is:

  • 7 Ben je er zo op gebrand te proberen Rukia te redden?

Maar ook dit was een heel goede benadering:

  • 15 Moet je nou echt proberen Rukia te redden?

Alleen is dat misschien een ietsje te vlot voor de spreker: het is een samoerai-shinigami met een respectabele leeftijd, die niet te hedendaags mag klinken.

Als je op het origineel begint te variëren door “proberen” of “gebrand” of zowel “proberen” als “gebrand” weg te laten, dan zijn de mogelijkheden natuurlijk oneindig.

Wat het uiteindelijk is geworden, zal blijken als “Bleach 11: A Star and a Stray Dog” bij Kana verschijnt, ergens in april 2010.

Humor: et pour les romains la même chose

rare

Als je het eerste vakje ziet waarin Obelix zijn wereldberoemde uitspraak doet, en dat vergelijkt met de oorspronkelijke Franse versie, dan blijkt dat de Nederlandse vertaling eigenlijk gecensureerd is.

French: Ils sont fous ces Romains!

Afrikaans: Hierdie Romeine is mal

Alsatian: Die Reemer, die han ebbs am düdele!… See More

Arabic: Inna ha’ula’ ar-ruman maganin

Argentinian: ¡Estos romanos estan majaretas!

Bable: ¡Tán llocos estos Romanos!

Basque: Erromatar hauek burutik jota daude!

Bengali: Ai Romanra akdam pagol

Bern: Die schpinne, die Römerinne

Brazilian: São loucos, esses romanos!

Breton: Foll-mik ar romaned-se!

Bulgarian: TUR PUM/RHU CA /YDU

Catalan: Són boigs, aquests Romans!

Chinese(C): Fafeng de Luomaren!

Chinese(M): Zhexie Luomaren zen guai!

Corsican: So sciocchi isti corsi!

Croatian: Ti Rimljani su bas^ luckasti!

Czech: Ti Rimani jsou ale blazni!

Danish: De er skøre, de Romere!

Dutch: Rare jongens, die Romeinen!

English(UK): These Romans are crazy!

English(USA): These Cretans are crazy (about Cretans)

Esperanto: Ili frenezas, tiuj romianoj!

Estonian: Need Roomlased on hullud!

Finnish: Hulluja nuo roomalaiset!

Flemish: gekke jongens onze vrienden

Frisian: Se bin n’t wiis, dy Romeinen!

Galician: ¡Estan tolos estes Romans!

German: Die spinnen, die Römer!

Greek(anc): Parafrones oi Romaioi

Greek(mod): Einai treloi aytoi oi romaioi

Hebrew: Metorafim Ha-Romayim Ha-eleh!

Hindi: Yah Roman Sainik bhee bade sanakee, hain!

Hungarian: Dilisek ezek a rómaiak!

Icelandic: Rómverjar eru alveg klikk

Indonesian: Orang-orang Romawi memang gila

Italian: Sono Pazzi Questi Romani!

Japanese: Kichigai da, koitsura rômajin wa!

Kaerntnerisch: De san jo teppat di Roemer

Kölsch: Sin die jeck, die Römer!

Korean: Rôma nyosokdûrûn jongmal mich’yosso!

Latin: delirant isti Romani!

Latvian: Tie romieshi ir traki!

Lithuanian: Kvailioja tie Romenai!

Limburgish: Die zien gek, die Romeine!

Luxembourgish: Déi sin tibi, déi Réimer

Norwegian: Romerne er sprø!

Occitan: Son calucs, aqueles Romans!

Palatine: Ach die Rämer, des Lumbechores!

Platt-Deutsch: De sünd mall, de Römers!

Polish: Ale g£upi ci Rzymianie!

Portuguese: Estes romanos são loucos!

Romanche: Quels sbattan, quists Romauns!Rumanian: Sunt ticniti romanii astia!

Russian OH|| CYMACWE/W||E, 3T|| P||M/RHE

Serbian: Bas su sasavi ti Rimljani

Slovak: Ti Rimania su blazni

Slovenian: So nori ti, Rimljani!

Spanish: ¡Estos romanos estŽn majareta!

Swabian: Dia schpennat ja, dia Römer.

Swedish: De är inte kloka de där romarna!

Swiss-German: Die schpinne, die Römer!

Turkish: Bu Romalilar kafayi yemi&sul;

Valencian: Estan bojos eixos romans!

Vietnamese: Bon La Mã Là Bon ðiên

Welsh: Y Rhufeiniaid ‘ma, mae nhw’n wallgo!

Toegegeven: ik snap niet hoe die “Flemish: gekke jongens onze vrienden” in de lijst is gesukkeld, vooral omdat een Vlaming waarschijnlijk meer geneigd is om te zeggen “zot” dan “gek”.

Maar het bljft natuurlijk een leuk lijstje.

Taalmodel: contact leggen met, contact opnemen met

FOUT Neem direct contact met de hulpdiensten.

GOED Neem direct contact op met de hulpdiensten.

VERKLARING

“Contact nemen met” is niet de goede uitdrukking, wel “contact opnemen met”.Ook mogelijk: “contact leggen met”.

Als je weet hoe het contact wordt gelegd, kun je ook een specifiekerwerkwoord gebruiken, zoals: “telefoneren”, “schrijven”, “bellen”,”telegraferen”, “telexen”, “fasxen”, “e-mailen”…

Helemaal uit den boze is “contacteren” en “contacten”. Het eerste is eengallicisme dat veel in België voorkomt, het tweede een anglicisme dat vooralin Nederland wordt aangetroffen. Beide fouten komen echter in beide landenvoor.

Taalmodel: afleidingen van afkortingen

FOUT: Dat is geen echte vip, hij is eigenlijk een vip’je.

GOED: Dat is geen echte vip, hij is eigenlijk een vipje.

VERKLARING

De spelling van afkortingen is moeilijk, doordat er een onderscheid wordt gemaakt tussen initiaalwoorden en letterwoorden.

Een initiaalwoord is een woord dat gevormd wordt met de beginletters van afzonderlijke woorden en dat we letter per letter uitspreken. Bijvoorbeeld: pc: /peesee/ of /piesie/, van “personal computer”.

Een letterwoord is een woord dat gevormd wordt met de beginletters van afzonderlijke woorden, die we samen als een woord uitspreken. Bijvoorbeeld: havo: /haavoo/, van “hoger algemeen voortgezet onderwijs”, of vip: /vip/, van “very important person”.

De afleiding van een afkorting is afhankelijk van het type afkorting: initiaalwoord of letterwoord.

Afleidingen van initiaalwoorden als “vwo” schrijven we met een apostrof, ongeacht of het initiaalwoord een of meer hoofdletters heeft: AOW’er, VTM’er, cd’tje, vzw’tje, vwo’er, VLD’er enzovoort.

Maar afleidingen van letterwoorden worden anders behandeld. Omdat we een letterwoord als een woord uitspreken, zoals “havo”, behandelen we een letterwoord als een gewoon woord.

En net zoals we afleidingen van een normaal woord als één woord schrijven (pet -> petje), schrijven we ook afleidingen van letterwoorden als één woord.

Maar de Nederlandse spelling zou de Nederlandse spelling niet zijn, als er geen addertje onder het gras zat.
Al wordt “Jan” “Jantje”, een letterwoord met een of meer hoofdletters wordt niet als één geheel geschreven, maar krijgt een weglatingsteken tussen het grondwoord en het achtervoegsel. Het is dus Unicef’er, FAQ’je en Hema’tje.

Er is nog een instinkertje. Omdat “havo” als een gewoon woord wordt beschouwd, moet bijvoorbeeld de uitgang “-er” eraan worden geplakt, en dat geeft “havoer”. Maar omdat zo’n spelling verkeerd kan worden gelezen, moet er een trema op de “-e-” staan, en is de goede spelling “havoër”.

Afleiding

Ter verduidelijking: een afleiding is een woordvormingsprocedé waarbij aan een grondwoord taalelementen worden toegevoegd die niet als losse woorden kunnen voorkomen. Deze toevoegsels kunnen worden onderscheiden in voor- en achtervoegsels.

Met behulp van het achtervoegsel “-halve” (“uit hoofde van”, “met het oog op”) kunnen bijvoorbeeld bijwoorden worden afgeleid van abstracte zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld: ambtshalve, gemakshalve, voorzichtigheidshalve.

Door middel van het voorvoegsel “on-” kunnen bijvoorbeeld van bijvoeglijke naamwoorden nieuwe bijvoeglijke naamwoorden worden afgeleid. Bijvoorbeeld: onaardig, onbarmhartig, ongezond, onmatig.

Noten:

vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs

Taalmodel: hoofdletters en kleine letters

FOUT Lars Machenil wordt de nieuwe cfo van Fortis.
GOED Lars Machenil wordt de nieuwe CFO van Fortis.

VERKLARING
“Een initiaalwoord of letterwoord dat we ontlenen aan een andere taal, behoudt zijn spelling zolang we het als vreemdtalig aanvoelen.” (Woordenlijst) In gewonemensentaal is de CFO (chief financial officer) de financieel directeur.

Over de uitspraak van “soit” en andere verschillen tussen het Frans in Nederland en Vlaanderen

Voor niet-Franstaligen die een keurige opleiding gehad hebben metFranse les is het wellicht voor de hand liggend om het tussenwerpsel’soit’ (het zij zo, goed dan, laten we het hierbij houden, …) uit tespreken als ‘swa’, naar analogie met ‘il soit’ en ‘soit (que) … soit(que)’ – die worden voor een klinker ook uitgesproken als ‘swat’, maardat is een ander verhaal.

Maar taal is vaak niet zo voor de hand liggend. Voor zover ik het hebkunnen nagaan, spreken Franstaligen het tussenwerpsel ‘soit’ ALTIJDuit als ‘swat’. Sterker nog, als je ‘soit’ in een gesprek met eenFranstalige gebruikt in die betekenis en je spreekt het ‘swa’ uit, isde kans groot dat hij niet begrijpt wat je bedoelt.

Vermakelijk gesprek eind vorige week, tussen een Namurois die al eenaantal jaren in Vlaanderen woont en goed Nederlands praat maar wel meteen hoorbaar accent, een Nederlander die ook al een paar jaar inVlaanderen woont, en ik.

De Nederlander sluit een gespreksonderwerp af met het tussenwerpsel’soit’, uitgesproken als ‘swa’. Begrijp ik meteen, omdat ik weet datNederlanders dat vaak zo uitspreken. In Van Dale staat ook in deeerste plaats die uitspraak, met erbij iets als ‘ook wel eens swat'(VD14 staat niet op deze computer). Maar ik zie het onbegrip in deogen van de Waal en help ‘m even: “Swat.”

“O, soit!” reageert hij meteen.

“Hoezo?” zegt de Nederlander. “Dat spreek je ‘swa’ uit, toch, op z’nFrans, net als ‘il soit’?”

Waal: “Eh, nee, eigenlijk. In het Frans is het wel ‘il soit (swa)’,maar we zeggen altijd ‘soit (swat)’.”

Nederlander: “Maar er zal wel een verband zijn tussen ‘il soit’ en’soit’, toch?”

Waal: “Niet dat ik weet. Misschien ooit wel, maar intussen is ‘soit’gewoon een tussenwerpsel dat met een ‘t’ wordt uitgesproken.”

Nederlander: “Wat verstond je dan toen ik ‘swa’ zei?”

Waal: “Ik dacht: wat heeft ‘zijde’ er nu mee te maken?”

Nederlander (tegen mij): “En jij, wat verstond jij?”

Ik: “Ik begreep het wel, maar ik weet dat Nederlanders dat vaak als’swa’ uitspreken. Dat is eigenlijk wel logisch en misschien zou ik datook doen als ik niet al heel vaak Franstaligen ‘swat’ had horenzeggen.”

Nederlander: “Is de uitspraak ‘swa’ dan fout?”

Waal: “In het Frans in ieder geval wel, volgens mij.”

Ik: “In het Nederlands niet, vind ik. Maar ik vind ook dat je deuitspraak ‘swat’ niet fout kunt noemen in het Nederlands: heel watNederlandstaligen die vaak in contact komen met Franstaligen zullendie uitspraak wel gebruiken, volgens mij. Dat tussenwerpsel isintussen een eigen leven gaan leiden in het Nederlands, tant pis datde uitspraak dan wat is gaan afwijken van het Frans. Ingevoerdewoorden hebben dat wel eens vaker. Zo kun je toch ook onmogelijkvolhouden dat ‘rotonde’ met alle geweld ‘rond gebouw’ moet betekenen.”

Nederlander (verbaasd): “Betekent dat dan ‘rond gebouw’?”

Waal (even verbaasd): “Betekent dat in het Nederlands dan iets andersdan ‘rond gebouw’?”

Ik: “Daar wordt het gebruikt voor ‘rond-point’.”

Waal: “Hoe, dat is toch gewoon een rondpunt?”

Nederlander: “Dat hoor ik hier in België ook voortdurend, maar inNederland noemen we dat inderdaad een rotonde. Dat komt van het Frans,toch?”

Ik: “Het woord wel en de oorspronkelijke betekenis ‘rond gebouw’ ook.Maar de betekenisverandering naar ‘verkeersplein’, daar hebben deFranstaligen niet aan meegedaan. En de meeste Vlamingen ook niet, hebik de indruk. Die gebruiken de leenvertaling ‘rondpunt’.”

Enfin, best wel een geanimeerd gesprek, en een illustratie van desubtiliteit van talen en ontleningen.

Maurice Vandebroek

Taalmodel: of … of

FOUT* Ofwel gaat hij naar de bakker. Ofwel gaat hij naar de slager.
GOED Of hij gaat naar de bakker. Of hij gaat naar de slager.

VERKLARING
We hebben een * achter FOUT gezet, omdat de eerste zin eigenlijk niét fout is, maar de constructie wordt niet door iedereen aanvaard.
Sommigen willen het volgende:
– Ofwel hij gaat naar de bakker. Ofwel hij gaat naar de slager.
Er lijkt in het zuiden een voorkeur te zijn voor de variant met inversie, en in het noorden voor de variant zonder inversie, maar toch kun je het taalgebied voor de combinatie “ofwel…ofwel” niet zo scherp indelen.
Er zijn ook Nederlanders die de vorm zonder inversie letterlijk vertaald Frans vinden.Het probleem kan echter worden vermeden door “of…of” te gebruiken.
Sommigen zouden zelfs die eerste “of” weglaten, maar als je dat doet, laat je ook weg dat de aangesprokene moét kiezen, dat hij onder druk wordt gezet om een van beide mogelijkheden te kiezen, en dat hij niet allebei kan doen.
De varianten met “ofwel” worden ook nogal eens als formeel beschouwd.

Kana-manga op de Boekenbeurs te Antwerpen 2009

KanaOpBallonMediaKASSA20091030Om een of andere reden kregen we een uitnodiging voor de openingsavond van de Boekenbeurs te Antwerpen.

Gewoonlijk gaan we daar niet heen, omdat het nogal ver is, maar deze keer gaf het ons de gelegenheid om de stand van een van onze klanten te bezoeken, nl. Kana. Het is altijd prettig om de klanten eens terug te zien.

De Kana-stand is opgenomen in de stand van BallonMedia, een van de grootste verspreiders van stripverhalen in België en Nederland.

Op de boekenbeurs staan ze in Hall 2, op plaats 205

Kana had hun hele catalogus meegebracht! Een muur vol manga’s!

KaanOpBallonMediaREKKEN20091030b

Taalmodel: kost wat kost

FOUT Herstel die auto, het kostte wat het kost!
GOED Herstel die auto, het koste wat het kost!

VERKLARING

    Algemeen Nederlands zijn:

  • het koste wat het wil
  • het koste wat het kost
  • koste wat het kost
  • koste wat kost

Voorkeur: “koste wat het kost”.

(Het) kost(t)(e) wat (het) kost

[?] Wat is juist: “het kostte wat het kost”, “het koste wat het kost”, “koste wat het kost” of “kost wat kost”? Of mogen al deze varianten?
[!] Ze zijn niet allemaal goed. Juist zijn: “het koste wat het kost” en de kortere vormen “koste wat het kost” en “koste wat kost”.
“(Het) koste wat (het) kost” is een vaste uitdrukking met de betekenis: ‘het mag zoveel tijd/moeite/geld kosten als het kost’. Bijvoorbeeld in ‘Frederik wil koste wat (het) kost kaartjes hebben voor het concert’ en ‘Het koste wat het kost, maar ik wil Mount Snowdon beklimmen.’ Koste is hierin een werkwoordsvorm die we de aanvoegende wijs (ook wel conjunctief) noemen. De aanvoegende wijs vormen we door de slot-n van het hele werkwoord af te halen: kosten wordt koste.
“Kost wat kost” wordt als minder juist gezien omdat de aanvoegende wijs koste hier ‘verminkt’ zou worden. Het wegvallen van de e bij deze vorm komt echter vaker voor: in dat haal je de koekoek moet haal ook gelezen worden als hale.
In Vlaanderen stuit de verkorte vorm kost wat kost soms op kritiek omdat het een leenvertaling zou zijn van het Franse coûte que coûte.
“Het kostte wat het kost” is onjuist: kostte is de verledentijdsvorm van kosten, en alleen de aanvoegende wijs koste heeft de betekenis ‘het moge/mag kosten’. De verleden tijd kostte is uiteraard wel juist in zinnen als ‘Het kaartje kostte 70 euro’ en ‘Het kostte me een dag, maar ik heb Mount Snowdon beklommen.’

Taalmodel: de eeuwige bijstelling

FOUT Wij vragen om uw steun als trouwe en gewaardeerde partner.
GOED Wij vragen u, trouwe en gewaardeerde partner, om steun.

VERKLARING

Bijstelling.
Het klinkt als een overbodig aanhangsel, en als titel in een grammaticahandboek is het meestal geslaagd om iedere leerling het gevoel te geven dat hij weer ’s een mooie lentedag moet verknoeien aan een bijkomstigheid.
Maar er zijn toch gevallen waarin een bijstelling toch een goede oplossing is om een tekst duidelijk te maken.

We kunnen van ons foute zinnetje hiervoor maar liefst vier varianten maken:

  • 1) Wij vragen om uw steun als trouwe en gewaardeerde partner.
  • 2) Wij vragen u, trouwe en gewaardeerde partner, om steun.
  • 3) Wij vragen uw steun als trouwe en gewaardeerde partner.
  • 4) Wij vragen u als trouwe en gewaardeerde partner om steun.

“1” is strikt gezien niet verkeerd, maar het is niet duidelijk wie hier nu die “trouwe en gewaardeerde partner” is. De “wij” uit de hoofdzin, of de aangesproken “u”?
De bijstelling in “2” is precies wat we nodig hebben om die verwarring te vermijden.”3″ en “4” zijn nog twee mogelijke varianten, maar ze zijn al even onduidelijk.
Het overbodige aanhangsel van de grammatica lijkt hier dus de beste oplossing.

Toch is dat niet helemaal waar. Er is nog één uitweg: namelijk “onze” toevoegen.
Dan krijg je nog vier extra varianten:

  • 1′) Wij vragen om uw steun als onze trouwe en gewaardeerde partner.
  • 2′) Wij vragen u, onze trouwe en gewaardeerde partner, om steun.
  • 3′) Wij vragen uw steun als onze trouwe en gewaardeerde partner.
  • 4′) Wij vragen u als onze trouwe en gewaardeerde partner om steun.

Het is duidelijk dat daarmee de dubbelzinnigheid in alle gevallen is opgelost, maar ook dat de toevoeging “onze” in de variant met de bijstelling overbodig is, en er dan ook beter kan worden weggelaten.

We houden dus de volgende bruikbare alternatieven over:

  • 1″) Wij vragen om uw steun als onze trouwe en gewaardeerde partner.
  • 2″) Wij vragen u, trouwe en gewaardeerde partner, om steun.
  • 3″) Wij vragen uw steun als onze trouwe en gewaardeerde partner.
  • 4″) Wij vragen u als onze trouwe en gewaardeerde partner om steun.