Het is al enkele decennia bon ton om te vermijden om persoonsnamen, zoals ‘bakker’, ‘advocaat’, ‘directeur’ te zoeken zonder te impliceren dat het om mannen gaat en tegelijk vrouwen uit te sluiten. In Duitsland gebruikt men daarvoor o.a. vormen zoals “StudentInnen” en “Student*innen”. Maar er is ook een slimmere manier in opkomst, vormen zoals “Studierende”.
Het is inderdaad een mogelijkheid: woorden gebruiken die geen geslacht uitdrukken. Ik heb zelf daarom vaak enkelvoudige vormen vertaald met meervoudige, omdat “zij” (mv) geen geslacht uitdrukt.
Wat de midden-hoofdletter betreft: het is niet zo ongewoon als het lijkt, want het was in de jaren 80 een veelgebruikt marketinginstrument, bv. MicroSoft, InterNet etc. Maar het was inderdaad geen normale spelling. Dat het al eens een tijd werd gebruikt, kan het aanvaardbaarder maken.
Dat die hoge middelpunt in het Frans als radicaler wordt gezien dan de haakjesvorm (étudiant(e)s) hoeft niet te verbazen. Het vereist nu eenmaal een radicaler schrijfgedrag. Je kunt je best voorstellen dat alleen iemand die erg geëngageerd is die “hogere middelpunt” gebruikt. Ik zou niet eens weten hoe ik het uit mijn toetsenbord krijg.
Overigens is het idee dat taalverandering altijd “natuurlijk” moet groeien van “onderaf” een misvatting. Er worden tamelijk veel veranderingen van bovenaf opgelegd. Ik weet dat onlangs een artikel verscheen over waarom hen/hun er zo moeilijk ingaat (was het in Neerlandia?) terwijl andere regels juist wel goed werken, maar ik merk vaak dat er taalregels zijn die van bovenaf werden opgeleg die ook ingang vonden. De verklaring voor het succes wordt vaak louter taalkundig onderzocht, maar ik denk dat er ook nog andere factoren spelen.
Het eenvoudige ei is niet alleen een alledaags voedingsmiddel, maar ook een woord dat ons een interessante blik biedt op taal en cultuur. In vier veelgesproken Europese talen (Nederlands, Frans, Engels en Duits) heeft het woord “ei” zijn eigen vorm, klank en geschiedenis.
In het Nederlands spreken we van een “ei”. Het meervoud, “eieren”, laat meteen zien dat het woord een onregelmatige vorm heeft. Deze variatie is typisch voor oudere woorden in de taal en gaat terug tot het Oudnederlands. Het meervoud is een stapelmeervoud. Dat wil zeggen dat de meervoudsvorm een opeenstapeling is van meervoudsvormen. Het oorspronkelijke meervoud van “ei” was “eier”, zoals “kind” in het meervoud “kinder” was, maar de meervoudsvorm -er was verloren gegaan, werd niet meer herkend, en daarom werd er de bekendere vorm -en aan toegevoegd, waardoor “eieren” en ook “kinderen” ontstond.
In het Frans wordt een ei “œuf” genoemd, met als meervoud “œufs”.
Het Engels gebruikt het woord “egg”, met het regelmatige meervoud “eggs”. Dit woord is kort en krachtig en heeft zijn wortels in het Oudengels “æg”, dat sterk lijkt op de Nederlandse vorm.
In het Duits tenslotte heet een ei “Ei”, met het meervoud “Eier”. Het Duits heeft dus de meervoudsvorm -er wel nog bewaard, in tegenstelling tot het Nederlands.
Deze vier woorden tonen duidelijk hoe talen verwant kunnen zijn en toch hun eigen weg gaan. Nederlands, Engels en Duits delen een gemeenschappelijke basis: het zijn Germaanse talen. Frans is een Romaanse taal, maar hoort net als de andere drie talen bij de Indo-Europese talen, zodat de verwantschappen tussen Frans en de andere drie veel verder in het verleden liggen, en moeilijker herkenbaar zijn. Bovendien wijzen schijnbare overeenkomsten niet noodzakelijk op echte overeenkomsten.
Een mooi moment waarop deze woorden samenkomen in de praktijk is Pasen. Denk aan het zoeken naar “paaseieren” in het Nederlands, “œufs de Pâques” in het Frans, “Easter eggs” in het Engels en “Ostereier “in het Duits. Hoewel de woorden verschillen, is de traditie herkenbaar: het ei als symbool van nieuw leven in de lente.
Zo laat zelfs een klein woord als “ei” zien hoe taal, geschiedenis en cultuur met elkaar verweven zijn en hoe we elkaar toch begrijpen, zelfs als we verschillende woorden gebruiken.
To lots of people it sounds overdone: “Three source languages: German, English and French”. Wouldn’t it be better to stick to one? But combined with Dutch the picture changes. Lots of companies use internally more than one language, and as the Netherlands are surrounded by regions in which those three languages play an important role, their companies also tend to use two to three of those languages. That’s why those three source languages are ideally suited to help out businesses, because their documents often need all of those languages, and not only one. Therefore have German, English and French as source languages gives my services an ideal position to help out companies, whether it’s for their internal documents or for their costumer oriented documents, in Belgium and in the Netherlands.
Je wordt wel eens uitgedaagd om te controleren of AI vertalen aankan.
Een buur zag me onlangs dubben op: “Dort gibt es jetzt die aktuellen Modellhighlights.”
Ik had als oplossing aanvankelijk: “Daar zijn al de actuele modelhightlights.”
Die “highlights” klinkt misschien wat vreemd, maar dat is taalgebruik in het milieu van de doelgroep. Vandaar. Maar ik had een probleem met de zin: hij kon worden geïnterpreteerd alsof hij betekende dat “alle modelhighlights” er waren, maar “al” was hier een bijwoord van tijd.
Het kostte een half uurtje voor ik met mijn oplossing kwam (niet dat ik ondertussen niets anders deed): “De actuele modelhighlights zijn daar al.”
Het was gewoon een kwestie van een ander zinsdeel vooropzetten. De suggestie van mijn buur, om “al” te vervangen door “reeds”, wees ik af: niet vlot genoeg, en zelfs wat archaïsch. “Nou,” zei hij, “met AI had je het in een wip opgelost.”
Dat was natuurlijk een uitdaging, en dus stopte ik het in een automatische vertaalgenerator met AI.
Die kwam eerst aan met: “Daar vindt u nu de actuele modelhoogtepunten.”
Hij had “gibt es” vertaald met “vindt u”, wat niet onaardig is, maar hoe dan ook niet echt wat er staat. Dat de “highlights” “hoogtepunten” werden, wou ik door de vingers zien, maar het toonde in elk geval dat de AI het taalgebruik van de scene niet kent. Je kunt hem dat misschien wel leren, maar als ik hem alles moet leren, kost het me meer tijd dan als ik het zelf doe.
Toen ik het hem nog eens liet vertalen, kreeg ik: “Daar zijn nu de huidige modelhoogtepunten te vinden.”
Logischerwijs keerden die “hoogtepunten” terug, maar “gibt es” was nu “zijn (…) te vinden”, wat al bij al een achteruitgang is. Het blijft een stijlfout, omdat die “gibt” nogal inhoudsloos is, en dan vertaal je het best niet met ogenschijnlijk inhoudelijke woorden, terwijl het hier hoogstens de functie van een koppelwerkwoord heeft dat onderwerp, tijd en plaats met elkaar verbindt. Da’s een redenering die de AI, waarin “intelligentie” eigenlijk misplaatst is, niet kan maken.
“Jetzt” was in beide gevallen vertaald met “nu”, wat op zich wel goed is, maar wat ik opzettelijk had vermeden om de klemtoon minder op de onmiddellijkheid van de beschikbaarheid van de modellen te leggen. Er kon immers altijd iets misgaan met de leveringen, en bovendien was het een vertaling van een Duits blad dat zich erg richt op de Duitse markt waar producten afkomstig uit Duitse fabrieken worden verspreid. Aangezien ik naar het Nederlands vertaal, is het mogelijk dat er vertraging bij de uitlevering naar Nederland en België optreedt, zodat de liefhebber die naar zijn verkoper rent misschien voor niets de zweetdruppels op het voorhoofd parelen. Liever geen valse verwachtingen scheppen, denk ik dan, realistische verwachtingen maken tevreden klanten. Nog een redenering die AI niet kan maken. En die je hem ook niet kunt aanleren, of “jetzt” wordt altijd “al”. Wat ook niet juist is.
O ja, waarom schreef ik dan “daar” en niet “er”? Omdat “daar” sterker de nadruk legt op de terugverwijzing naar het antecedent in de voorgaande zin, terwijl “er” dat zou wegmoffelen. Dat was een verwijzing die ik er nou wel wou inhouden, in tegenstelling tot die “nu”, waarvan ik de directheid had verborgen.
Maar er is nog iets: hoe je ook telt, met woorden of met lettertekens, de AI kwam altijd met langere oplossingen aandraven. Nogal typisch: de kletsbarakken kunnen wel foutloze zinnen produceren, maar dat doen ze vaak door woordomhaal. Ze kunnen immers niet denken, en hebben geen enkel inzicht in de betekenis van de zin.
Dat heeft twee gevolgen: ten eerste had ik alle overwegingen die ik had gemaakt tijdens mijn vertaling, ook moeten maken als ik de AI had gebruikt, om de gebreken uit de vertaling te halen. En ik zou dus geen tijd hebben gewonnen.
En ten tweede ontstaat die woordomhaal doordat AI vermijdt foute zinnen af te leveren, zodat het allemaal goed oogt, terwijl het dat niet is. En dan bestaat het gevaar dat je die gebreken onbewust of onoplettend overneemt.
Onlangs moest ik het volgende Duitse zinnetje vertalen: “Modellbahnliebe in Gemeinschaft”. Raad eens wat het automatischvertaalprogramma van de klant opleverde? “Samen de liefde bedrijven voor de modelbaan.” (!) Ja, zeg, dát zie ik me al schrijven! Ik heb het netjes gehouden op: “Samen plezier beleven aan de modelbaan”. Toegegeven, het is wat langer, maar je ligt niet in een breuk van het lachen.
Leuk opdrachtje: Duitse catalogus met allerlei feestartikelen en wat gebruiksvoorwerpen waar je thuis wel wat mee kunt aanvangen. En dan, in die kolom met doeltaal, heel eenzaam het woordje: “je”.
Je? In het Duits? Een beetje woordenboek vertelt daar van alles over, maar het eerste kon het al niet zijn: ooit, weleens.
Nou, in een catalogus kan wel staan “ooit onbetaalbaar”, of “weleens gezocht”, maar zo op z’n eentje…
Dus even in de pdf met de brontekst kijken, en daar stond “je 20 €”.
Maar ook daarvoor gaf het woordenboek niet echt een oplossing. Geen enkele mogelijkheid paste echt. Woordenboeken zijn nu eenmaal als confectiekleding: je komt er vaak mee weg, maar o wee als je buiten de standaardmaten valt of eens wat aparts wilt.
Alleen als deel van een uitdrukking, zoals in “zu je einem Euro”, leek een oplossing. En dat werd dan “elk voor één euro”. Wat ook niet klopte. Een gesuggereerde vertaling was “per”, met als voorbeeld “etwas kostet 10 Euro je angefangene Stunde”, geïnterpreteerd als “iets kost 10 euro per aangebroken uur”. En al wees dat allemaal in een bepaalde richting, in mijn tekst stond die “je” in “je 20 €” er nogal naakt bij. Of er volgde te weinig achter de “je”, of er ontbrak gewoon “zu” voor.
Dus lexica gaven geen kant-en-klare oplossing. Vertaalwoordenboeken zijn dan ook zelden bedoeld als aandragers van één-op-één vertalingen. Ze zijn een collectie suggesties. Ze duiden een richting aan om je op weg te helpen, maar de definitieve interpretatie en woordkeuzes moet je zelf doen.
Uit de context in de catalogus bleek dat die “je X €” op heel verschillende zaken betrekking kon hebben: pakjes, losse producten, samenhorende voorwerpen…
Uiteindelijk bedacht ik vier interpretaties: per stuk, per verpakking, per set en per pak of per pakje.
“Per set” gebruikte ik bijvoorbeeld voor bestek. “Per verpakking” is eigenlijk hetzelfde als “per pak” of “per pakje”, maar de laatste twee paste ik toe op zaken die nooit per stuk worden verkocht, zoals gummibeertjes, en het eerste op pakketten van dezelfde voorwerpen die je wel per stuk zou kunnen kopen, zoals een krat bier. En “per stuk”, dat spreekt voor zich.
Bovendien stonden die prijzen nogal kriskras in de catalogus, doordat ze soms sloegen op een verpakking waar ook de stukprijs bij werd vermeld. Het was dus nogal verwarrend.
Echt geen opdracht om blind door een vertaalprogramma te jagen.
Nederlands en Duits liggen als taal erg dicht bij elkaar. Nederlands werd trouwens lange tijd Nederduits genoemd. Voor Nederlandstaligen zijn Duitse teksten dan ook erg doorzichtig. Maar soms zijn er misleidende valse vrienden: woordvormen die in beide talen voorkomen, maar soms verrassend afwijkende betekenis hebben. Toen ik onlangs mijn kennis van het Duitse wijnvocabularium opfriste, werd ik verrast door een grappige valse vriend. Het Duitse weinig is immers een bijvoeglijk naamwoord dat ofwel betekent: “wijn bevattend”, ofwel “wijnachtig, als wijn”. Let wel: “weinig” betekent niet “wijn bevattend” zoals een vat dat wijn bevat, maar bijvoorbeeld een taart die naar wijn smaakt, of een saus die met wijn is gemaakt. Het heeft dus niets te maken met het Nederlandse “weinig”, dat een onbepaald telwoord of een bijwoord is.
Deze keer een kleinigheidje, dat wat te maken lijkt te hebben met valse vrienden, maar niet heus.
De oorspronkelijke Duitse zin was:
Details wie Antenne, Luftpumpe oder Handlauf vertiefen die optische Nähe eines Modells zum Vorbild.
Dat “vertiefen” is wel degelijk “verdiepen” in het Nederlands, en je kunt inderdaad zeggen dat een tekst “diepgang” heeft. Ook voor andere zaken, zowel concrete als abstracte, kan “diep” of “diepgang” worden gebruikt om weer te geven dat iets grondiger is.
Maar het werkwoord “verdiepen” past niet echt in de vertaling van bovenstaande zin. We maken het ons echter niet te moeilijk, en letten even alleen op dat “vertiefen”:
Details, zoals antenne, luchtpomp of handgreep, verdiepen de visuele gelijkenis van het model met het voorbeeld.
Even tussendoor: “optisch” wordt het best vertaald met “visueel”. En natuurlijk is “Nähe” als “nabijheid” ook geen goede oplossing. Maar dat terzijde.
Waar wij uiteindelijk mee eindigden was:
Details, zoals antenne, luchtpomp of handgreep, verhogen de visuele gelijkenis van het model met het voorbeeld.
Met andere woorden: “vertiefen” werd vertaald als… “verhogen”!
Toegegeven: je kunt ook vasthouden aan “Nähe”, zodat je iets krijgt met “in de buurt”:
Door details, zoals antenne, luchtpomp of handgreep, blijft het model visueel meer in de buurt van het voorbeeld.
Maar dan moet je nog meer veranderen, en geef toen, “vertiefen” vertalen met “verhogen” is veel grappiger.
Bijna elke vertaling levert stijloefeningetjes op. Dat geldt voor alle talencombinaties, maar niet altijd op dezelfde manier. Als van de ene brontaal naar een bepaalde doeltaal woordvolgorde zonder problemen kan worden overgenomen, is dat voor een andere brontaal misschien helemaal het geval niet. Sterker nog: alhoewel Duits voor Nederlandstaligen relatief doorzichtig is in vergelijking met Frans en Engels, krijg ik toch vaak het gevoel dat de zinsvolgorde veel minder moet worden aangepast van Engels dan van Duits naar Nederlands. Cijfers daarover heb ik niet, maar misschien kan iemand me in de commentaren naar interessante bronnen doorverwijzen.
Een mooi voorbeeld van het omgooien gaf me deze Duitse zin: “Unter tosendem Applaus und Gejubel dann ein erneuter Ortswechsel.” De voor de hand liggende vertaling is: “Onder daverend applaus en gejubel volgt dan een nieuwe verhuizing.” Maar die zin loopt om een of andere reden niet. Hij lijkt te stokken na het het woord “gejubel”, alsof daar een cesuur ligt. Waarom is me niet duidelijk. Bovendien lijkt “daverend applaus en gejubel ” een samentrekking van “daverend applaus en daverend gejubel”, maar een “daverend gejubel” is geen normale Nederlandse uitdrukking. Dat probleem kunnen we oplossen door de volgorde te veranderen: “Onder gejubel en daverend applaus volgt dan een nieuwe verhuizing.” Dat is al een stuk beter, maar het wekt de indruk dat er ook iets bij “gejubel” moet staan. Dus heb ik “daverend” maar geschrapt: “Onder gejubel en applaus volgt dan een nieuwe verhuizing.” En in die zin valt “dan” ook door de mand als overbodig, wat ten slotte een zin oplevert die het idee veel kernachtiger uitdrukt: “Onder gejubel en applaus volgt een nieuwe verhuizing.”
Overigens is er wel meer aan de hand. “Tosend” wordt eigenlijk niet vertaald met “daverend”, maar met “razen”, “donderen”, “gieren” of “(wild) bruisen”. Ten minste, dat stelt een gezaghebbend woordenboek voor, wat ik dus helemaal niet wou volgen. Datzelfde woordenboek kende trouwens het woord “Gejubel” niet, wel “Jubel” en het werkwoord “jubeln”, en die zouden in de eerste plaats door “gejubel” en “jubelen” moeten worden vertaald, wat ik ook niet aanvaardde. De tweede keuzen, “gejuich” en “juichen”, leken me veel beter te passen.
Duits en Nederlands liggen dicht bij elkaar. Geef een willekeurige Nederlander een Duitse tekst, en hij ontcijfert ze tamelijk gemakkelijk. Er zullen wel enkele fouten zijn, maar het resultaat is redelijk goed in vergelijking met wat diezelfde willekeurige Nederlander zou doen als hij een Franse tekst krijgt.
Toch zijn er problemen. Bekend zijn de valse vrienden: woorden die op elkaar lijken, maar toch iets anders betekenen.
Maar daar stopt het niet. Hoe doorzichtig de woordenschat van een Duitse tekst voor een Nederlander ook lijkt te zijn, de grammatica kan onverwachts problemen opleveren.
Een voorbeeld: “Nach fast genau drei Jahren ist das Stammwerk-Modell von Alejandro und Romina Rossi aus Buenos Aires endlich in Göppingen angekommen.”
Wie zo’n zin, zelfs rekening houdende met valse vrienden in de woordenschat, zonder veel nadenken vertaalt, eindigt met deze zin: “Na bijna drie jaar is het model van het moederbedrijf van Alejandro en Romina Rossi uit Buenos Aires eindelijk in Göppingen aangekomen.”
Maar die is fout.
Waarom? Omdat het bedoelde moederbedrijf niet van Alejandro en Romina Rossi is. Zij hebben een model gebouwd van een moederbedrijf, maar het is niet hun bedrijf.
Om die verwarring te vermijden moet de zin worden omgegooid, en na heel wat gegoochel komt er dan dit uit: “Na bijna drie jaar is in Göppingen eindelijk het model uit Buenos Aires aangekomen dat Alejandro en Romina Rossi van het moederbedrijf hebben gebouwd.”
Het zinsdeel “in Göppingen” moest naar voren worden geplaatst, net als het bijwoord “eindelijk”. De plaatsbepaling “uit Buenos Aires” werd achter “het model” gezet, en de nabepaling “van Alejandro en Romina Rossi” werd omgevormd tot een bijzin waarin ook werd opgenomen dat het om het moederbedrijf ging.
Die veranderingen werden niet alleen opgelegd om de betekenis duidelijk te maken, maar ook om de zin leesbaar te houden. Waardoor de ene wijziging leidde tot de andere.