‘Kiezen’, voorzetsels en voegwoorden

Het is vaak moeilijk kiezen, maar het juiste voorzetsels kiezen bij het werkwoord ‘kiezen’ is al even moeilijk. En dan moet je ook nog oppassen met het gebruikte voegwoord.

‘Kiezen’ kan met de voorzetsels ‘tussen’, ‘voor’ en ‘uit’ worden gecombineer, of helemaal geen voorzetsel meekrijgen. En zowel het voegwoord ‘of’ als ‘en’ kunnen worden gebruikt. Maar niet in alle omstandigheden.

– Kiezen tussen
Na ‘kiezen tussen’ volgt altijd een meervoud, bijvoorbeeld een opsomming.
Bijv.: Je kunt kiezen tussen een dieselmotor en een benzinemotor.
In dat geval moet altijd het voegwoord ‘en’ worden gebruikt, eventueel tussen de laatste delen van de opsomming:
Bijv. Je kunt kiezen tussen een dieselmotor, een benzinemotor en een hybride.
Het is echter ook mogelijk dat er geen opsomming wordt gebruikt, maar in dat geval is dat waartussen je moet kiezen wel meervoudig.
Bijv. Je kunt kiezen tussen verschillende motoren.

– Kiezen uit
Met ‘kiezen uit’ volgt meestal een meervoudig begrip.
Bijv.: Je kunt kiezen uit verschillende motorversies.

– Kiezen voor
Na ‘kiezen voor’ volgt het voegwoord of.
Bijv. Je moet kiezen voor een cabrio of een coupé, want een sedan hebben ze niet.

– Kiezen
Het is ook mogelijk om ‘kiezen’ zonder voorzetsel te gebruiken. Ook dan wordt het gecombineerd met het voegwoord ‘of’.
Bijv.: Je kiest een cabrio of een coupé.

Verkleinwoordjes op -ing

Verkleinwoodjes… Nederlands is uniek door zijn verkleinwoordjes. Er zijn weinig talen waarin zo veel kan worden gedaan met verkleinwoordjes, ook genaamd: diminutieven. In het Nederlands kun je immers van elk woord een verkleinwoord maken.
Maar er is een keerzijde: doordat we van elk woord een verkleinwoord kunnen maken, zijn de regels relatief ingewikkeld.
Een van de moeilijkheden is het vormen van diminutieven die eindigen op de uitgang “-ing”.

    Voorbeelden

  • Ding -> dingetje
  • Koning -> koninkje
  • Sering -> seringetje
  • Leerling -> leerlingetje
    We hebben dus twee vormvarianten

  • -ing -> inkje
  • -ing -> ingetje

Maar wanneer gebruiken we de ene vorm, en wanneer de andere?
De keuze is afhankelijk van de lengte van het woord en van de plaats van klemtoon.

    Regels

  • eenlettergrepige woorden: altijd -ingetje, dingetje
  • meerlettergrepige woorden
    • klemtoon op -ing: -ingetje, seringetje
    • lettergreep voor -ing onbeklemtoond: -ingetje, regelingetje
    • lettergreep voor -ing beklemtoond: -inkje, koninkje
      UITZONDERING: woorden die eindigen op -ling: toch -ingetje, zoals bijv. kleurlingetje en leerlingetje

Taalmodel: het onderscheid tussen deze, die, dat en dit

Het onderscheid tussen deze, die, dat en dit

Inleiding

Er is soms verwarring bij het gebruik van deze/die en dat/dit.
Soms wordt “deze” gebruikt als het “die” moet zijn, en soms “dit” als het “dat” moet zijn.
Er zijn veel redenen voor die fouten, en ze kunnen alleen worden aangepakt door een grondige kennis van de grammaticale kenmerken en mogelijkheden van die vier woordjes.

Die/deze en dat/dit zijn aanwijzende voornaamwoorden.

De meest voorkomende aanwijzende voornaamwoorden (die en dat) hebben eigenlijk drie verschillende gebruikswijzen.
Ze kunnen wijzend of verwijzend worden gebruikt, en als ze verwijzend worden gebruikt, kunnen ze ofwel volledig verwijzend ofwel bepalingaankondigend worden gebruikt.

A. Met wijzende functie

De wijzende functie wordt gebruikt in de spreektaal. In dat geval worden “die” en “dat” gewoonlijk gecombineerd met een gebaar.

Alleen deze(n)/dit en die/dat zijn aanwijzende voornaamwoorden die worden gebruikt met de wijzende functie. Ze kunnen zowel zelfstandig als bijvoegelijk worden gebruikt. De andere aanwijzende voornaamwoorden kunnen niet met wijzende functie worden gebruikt.

    Gebruik

  • Deze/dit dienen om de nabijheid van het te tonen object uit te drukken. Ze kunnen worden aangevuld met het bijwoord ‘hier’.
  • Die/dat kunnen (relatieve) verwijdering uitdrukken. Ze kunnen worden gespecificeerd met ‘hier’ (voor iets wat niet erg ver, soms zelfs heel nabij is) en met ‘daar’ (voor iets wat verder af ligt).

B. Met ‘volledig’ verwijzende functie

Om iets wat elders in de tekst genoemd wordt te representeren worden deze/dit en die/dat gebruikt, maar ook enkele andere verwijzende voornaamwoorden die we hier niet behandelen, omdat ze geen invloed hebben op het probleem dat we willen behandelen, namelijk het verkeerde gebruik van “deze” i.p.v. “die” en van “dit” i.p.v. “dat”.

Deze/dit en die/dat verwijzen naar entiteiten (eenheden, gehelen), en kunnen zowel bijvoeglijk als zelfstandig worden gebruikt.

    Gebruik

  • Die/dat komen het meest voor. Ze verwijzen naar wat al genoemd is en zijn dus terugwijzend.
  • Deze/dit verwijzen in principe alleen naar wat nog moet volgen en zijn dus meestal vooruitwijzend.
    Voorbeelden

      Terugwijzend

    • “Dat huis… dat staat op instorten.”
    • “Die manga… die vind ik fantastisch.”
      Vooruitwijzend

    • “Ik zal je dit zeggen:…”
    • “Ik geef je enkel deze namen:…”

Het is vooral het terugwijzende en vooruitwijzende gebruik dat vaak wordt verward.

De oorzaak ervan is dat in de schrijftaal “dit” (zowel zelfstandig als bijvoegelijk) en “deze” (vooral bijvoegelijk) ook worden gebruikt om terug te verwijzen naar wat onmiddellijk vooraf gaat.

Wij en ook anderen raden af om dit/deze te gebruiken om terug te wijzen. Als dat toch gebeurt, verwatert het onderscheid tussen enerzijds die/dat en anderzijds deze/dit. Dan is het niet meer mogelijk om nog het onderscheid te maken tussen vooruitwijzen en terugwijzen.

C. Met ‘onvolledig’ verwijzende of bepalingaankondigende functie

Soms verwijst een aanwijzend voornaamwoord naar een entiteit die nog niet helemaal bekend is, maar die in een volgende bepaling duidelijker wordt gemaakt (in een voorzetselgroep of in een beperkende relatieve bijzin). In dat geval “kondigt het voornaamwoord aan” dat er nog zo’n bepaling zal volgen.

In een zin als “Ik heb mijn boek, maar dat van jou vind ik niet” geeft het aanwijzend voornaamwoord enkel te kennen dat er over “een boek” wordt gesproken. Dat kunnen we afleiden uit uit wat voorafgaat. Maar over “welk boek” het precies gaat kunnen we niet afleiden uit het voornaamwoord zelf.
Bij aanwijzende voornaamwoorden met wijzende of verwijzende functie daarentegen wordt uit het voornaamwoord zelf wel duidelijk welke individuele vertegenwoordiger van de groep wordt bedoeld.
Een voornaamwoord met bepalingaankondigende functie moet worden aangevuld met een bepaling waaruit blijkt welk individu van de bedoelde klasse wordt aangeduid.

Bepalingaankondigende voornaamwoorden zijn onder andere die/dat (zowel zelfstandig als bijvoegelijk), maar nooit “deze/dit”.

    Voorbeelden

  • “Je moet het alleen aan die mensen vragen die je gegevens kunnen geven.”
  • “Wil je deze manga hier, of heb je liever die van gisteren?”

Opmerking: Er is geen bezwaar tegen twee keer “die” (als bepalingaankondigend voornaamwoord “die” gevolgd door betrekkelijk voornaamwoord “die”). Het eerste “die” wordt met nadruk uitgesproken, maar het tweede zonder. “Die welke” wordt in houterige boekentaal gebruikt om dubbel-die te vermijden, maar het is erg stijf.

Ook in deze categorie zijn er nog andere woorden, maar ze spelen evenmin een rol in het die/deze- en dit/dat-probleem.

(c) 2008, Peter Motte

Taalmodel: zodra

FOUT De tractor keert terug naar de normale modus van zodra de spanning correct is.
GOED De tractor keert terug naar de normale modus zodra de spanning correct is.

VERKLARING
Standaardtaal in het hele taalgebied is het voegwoord “zodra”.

Taalmodel: veel – vele

GOED Door de dood van de president steken er veel moordtheorieën de kop op…
GOED Door de dood van de president steken er veel moordtheorieën de kop op…

VERKLARING
Nog een goed-goed-combinatie.
Het hangt er vanaf wat de spreker of schrijver wil uitdrukken.
In sommige gevallen is “vele” echter niet mogelijk.
Tussen “veel” en “vele” is er in de meeste gevallen alleen een stijlverschil.
“Veel” is de neutrale vorm, “vele” wordt vooral gebruikt in schrijftaal en heeft een wat formeler karakter. In de uitspraak kan “vele” ook gebruikt worden om extra nadruk te leggen.

In sommige contexten kan de keuze voor een van beide vormen een subtiel betekenisonderscheid weergeven. Met de verbogen vorm “vele” wordt dan meer de nadruk gelegd op de afzonderlijke onderdelen binnen een geheel, terwijl “veel” het aantal of de groep als geheel benadrukt.

In de volgende zinnen zijn beide vormen mogelijk:

  • Jenny had vele redenen om bij Peter weg te gaan (verscheidene redenen)
  • Jenny had veel redenen om bij Peter weg te gaan (een groot aantal)

In de hier volgende zinnen, daarentegen, waar duidelijk de nadruk gelegd wordt op het (grote) aantal, lijkt “vele” dan weer twijfelachtig of zelfs uitgesloten:

  • Pipi Langkous heeft rood haar en veel sproeten. (“vele” is uitgesloten)
  • David heeft gisteren veel aandelen gekocht. (“vele” is twijfelachtig)

Meer hier.

Taalmodel: beeldende kunsten

FOUT Hij was al vanaf zijn prilste jeugd gegrepen door plastische kunsten.
GOED Hij was al vanaf zijn prilste jeugd gegrepen door beeldende kunsten.

VERKLARING
“Plastische kunsten” is een gallicistische vertaling van het Franse “arts plastique”. De normale term is “beeldende kunsten”.

Geen spellingwijziging in 2015?

Geen nieuwe spelling in 2015

Kamerlid Schinkelshoek is blij met het besluit van de Taalunie.

Er komt geen nieuwe, grote spellingsherziening van het Nederlands in 2015, zo heeft de Taalunie op aandrang van het CDA besloten. Tijdens een vergadering van de interparlementaire commissie van de Nederlandse Taalunie in Den Haag heeft de voorzitter van het comité van ministers, de Vlaamse minister Anciaux, het CDA verzekerd dat een ingrijpende spellingshervorming bij de volgende ronde achterwege zal blijven. “Bespaar ons een nieuw spellingsaanpassing”, zei Schinkelshoek. “In Nederland zijn we nauwelijks bekomen van de vorige. We zitten niet te wachten op een nieuwe.”

De Nederlandse Taalunie, een officiële samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen, werkt volgens een vast schema: eens in de tien jaar wordt bezien of de spellingsregels aan herziening toe zijn. Volgend jaar zou beslist moeten worden over de voorbereiding van de ronde voor 2015. Schinkelshoek ziet er niks in, maakte hij in Taalunie-verband duidelijk. “Laten we onze taal eventjes met rust laten”, zei hij. “Niet alleen om iedereen te laten wennen aan de laatste veranderingen. Maar vooral ook om de historische keten – kunnen volgende generaties onze klassieken nog wel lezen? – niet te verbreken.”

Minister Anciaux kwam aan Schinkelshoeks wensen tegemoet. Als er in 2015 iets gebeurt, zal het niet meer zijn dan het “toevoegen van nieuwe Nederlandse woorden en uitdrukkingen” aan de officiële woordenlijst, zei hij.

Bron: Taalpost.