John Vermeulen: 1941-2009, in memoriam

john-vermeulen

John Vermeulen, 1941-2009

Als mensen zoals John Vermeulen sterven, overvalt me altijd dezelfde dubbelzinnigheid: waarom zou ik een in memoriam over hen schrijven en daarin mijn droefheid over hun overlijden uitdrukken, als ik me daardoor eigenlijk de gevoelens toe-eigen van anderen die de gestorvene beter hebben gekend dan ik?

Maar toch kan zo’n dood niet ongezegd voorbij gaan, alsof de dode alleen maar iets betekende voor zijn directe omgeving.

Het is waar: John Vermeulen heeft een groot aantal romans geschreven, en hij werd genoeg gelezen om tot op het einde van zijn leven te worden gepubliceerd. Wat daarna, wat hierna zal gebeuren, is niemand van ons duidelijk, en wie het op dit moment al zou kunnen weten, is nog bezig met dat nieuwe feit een plaats te geven in zijn gevoelens en gedachten.

Want John Vermeulen blijkt meer te zijn dan de schrijver van de eerste roman die ik ooit heb gelezen, toen ik nog niet eens tien jaar was en werd aangetrokken door de lugubere titel “De vervloekte planeet”. Een hele planeet vervloekt! Die titel en het onwerkelijke landschap op de voorpagina, waarop een raket met twee ruimtevaarders in een stalen pak omringd worden door metalen vliegende zwammen, verlicht door een merkwaardige gloed die achter agressief-scherpe bergpieken opduikt – een gloed? een zon? een explosie? – een landschap waarin geen mens zich thuis kon voelen…

Die “vervloekte planeet” heb ik minstens drie keer bezocht, al heeft John achteraf zelf opgemerkt dat het zeker niet zijn beste boek was. Hij was vijftien jaar oud toen hij er mee debuteerde, en vond later dat hij te toegeeflijk behandeld werd, en pas met “Blinde planeet” de klappen kreeg die hij “had verdiend”.

“Schrijven is een vak”, zei hij later in een interview. En elk vak moet je leren. Dat heeft hij dan ook gedaan. Na het fiasco van “Blinde planeet” klom hij met “De binaire joker” bij D. A. P. Reinaert Uitgaven uit het dal. Ook “Contract met een supermens”, zijn eerste techno-thriller, verscheen nog bij die uitgeverij, en Eddy C. Bertin merkte erover op, dat John Vermeulen met dat boek al naar een grotere uitgever had moeten stappen. Dat deed John met “1000 meter van Armageddon”, dat bij A. W. Bruna verscheen en de eerste van ongeveer tien techno-thrillers werd waarmee hij in de jaren tachtig de bestsellerlijsten aanvoerde.

Maar daarna zakte het weer in. Succes in kunst en entertainment is nu eenmaal erg wankel, en heeft meer te maken met de wisselvallige voorkeuren van het publiek dan met de kwaliteiten van de kunstenaar (afhankelijk van “de waan van de dag”, zouden sommigen zeggen). Dus moest hij weer verhuizen. In de jaren negentig verscheen zijn werk zo’n beetje overal. Hij reisde wat kleinere uitgevers rond, maar publiceerde ook historische biografieën bij Uitgeverij Het Spectrum, toneelstukken en tv- en filmscenario’s.

Tenslotte belandde hij tamelijk definitief bij Uitgeverij Kramat, waar het laatste decennium het meeste van zijn werk verscheen. De genres zijn uiteenlopend: heel wat thrillers, maar ook historische biografieën, fantasy, en zijn eerste liefde: sciencefiction.

Daaruit blijkt dat John Vermeulen erg flexibel op nieuwe trends kon reageren. Als zijn eerste roman sciencefiction was, dan mogen we dat als een jeugdliefde beschouwen. Achteraf bekeken heeft hij toen waarschijnlijk onbewust een aantal voorbeelden geïmiteerd. Inhoudelijk verschilt de roman niet veel van wat toen als een goede sf-roman voor de jeugd werd beschouwd. Toen de techno-thriller hoogtij vierde, schakelde hij daar zonder problemen naar over, net zoals hij dat later deed met fantasy.

Veel prijzen heeft hij nooit gewonnen. Onderhoudende, degelijk geschreven avonturenromans hebben nu eenmaal nooit veel genade gevonden in de ogen van het kransje “letterkundigen” dat doorgaans prijzen uitreikt, maar in 1988 kreeg hij wel de Prijs van de Grote Jury voor “Solo Race”, en in 2000 won hij zowel de Internationale Ambrozijn Prijs voor Korte Verhalen als de John-Flandersprijs voor een van zijn Vlaamse Filmpjes.

Ja, voor een van zijn Vlaamse Filmpjes: vanaf 1979 publiceerde hij in totaal elf Vlaamse Filmpjes, het laatste in 2004. Maar eigenlijk heeft hij zijn hele schrijverscarrière door regelmatig voor de jeugd geschreven, naast her en der verspreidde verhalen.

Minder bekend is dat hij ook non-fictieboeken uitgaf, vooral over varen. Zijn ervaring met zeilen blijkt duidelijk uit boeken zoals “Ring van vuur”, “Solo Race” en “De kat in het aquarium”. Uit zijn historische biografieën blijkt dat hij zich uitstekend in historisch materiaal kon inleven. Dat inlevingsvermogen kwam hem niet alleen van pas als roman- en verhalenschrijver, maar ook als redacteur voor watersporttijdschriften, waar hij nogal wat artikelen aan bijdroeg.

De laatste jaren verscheen zijn werk vooral bij de kleine uitgeverij Kramat. Veel kan hij daar niet aan hebben verdiend, dus moet hij wel hebben geschreven omdat hij het graag deed. Dat blijkt ook uit getuigenissen van schrijvers die hem hebben gekend.

Marie-José meldde op Pure Fantasy: “We hadden pas nog contact via Facebook over zijn betrekkelijke onbekendheid in het Nederlandse taalgebied, hoe raar dat dit was omdat hij zoveel werk uitgebracht heeft.”

Thirza schreef op hetzelfde forum: “John is degene die mijn schrijven begeleid en beïnvloed heeft vanaf het moment dat ik hem leerde kennen in 2003. Hij was degene die me aanspoorde mijn werk uit te geven. (…) Hij heeft me gestimuleerd, vooral middels zijn onuitputtelijke cynische kracht.”

Ook op dat forum schreef Ishtarsarrow: “Ik leerde hem pas heel onlangs kennen via een gesprek op internet.”

Daaruit blijkt dat John voor de lezers erg toegankelijk was, wat wordt bewezen door Ka Sha Gan: “Ik herinner me zijn toegeeflijke bitterheid.” Ka Sha Gan verklaarde daarover in een privé-bericht aan uw huidige auteur: “Door onze [van Ka Sh Gan met John] correspondentie zweefden altijd van die flarden mist, ontgoocheling over het leven en teleurstelling over de mensheid. Maar tegelijk iets van een realisme dat hem liet doen wat hij kon. Schrijven. (…) Dus de flarden mist van ontgoocheling scheren nu doelloos voor me langs, maar ik zal altijd dankbaar zijn dat ik met hem heb mogen corresponderen. ”

En Ziburan postte: “Heb hem meerdere malen ontmoet en zelfs naast zijn schrijfkunsten mogen genieten van zijn kookkunsten.”

Ook op het online-rouwregister van Inmemoriam.be blijkt hoezeer John Vermeulen werd geapprecieerd.

Als John nu in een ander landschap opduikt, wensen we hem minstens een paradijselijker omgeving toe dan “De vervloekte planeet”.

Peter Motte, dinsdag-donderdag 25-27 augustus 2009

Er is een online rouwregister geopend voor John Vermeulen.

[Omwille van de privacy worden de werkelijke namen van de getuigen niet onthuld, maar de schuilnamen zijn geen gelegenheidspseudoniemen bedacht door de auteur van dit artikel.]

Recensie: De eerste mens op de Maan, door Rod Pyle

Apollo_11_1e_voetafdrukrecensent: Peter Motte

onder auspiciën van De voormalige Tijdlijn en Vertaalbureau Motte

Zowat 40 jaar geleden, op 20 juli 1969 (volgens de Europese tijdrekening), landde de eerste mens op de Maan. Een gebeurtenis die mag worden herdacht, en nu verschijnen er dan ook boeken en dvd’s, en wordt er extra aandacht aan besteed door websites, kranten, tijdschriften, en radio- en tv-zenders.

Een van de boeken is “De eerste mens op de Maan” door Rod Pyle.De titel is misleidend: het wekt de indruk dat het een biografie van Neil Armstrong is, maar uiteindelijk handelen maar acht pagina’s van de 60 over de eerste maanvlucht! Stomme titel, vooral omdat de veel bredere stof van het boek meer mensen zal aantrekken. De oorspronkelijke titel was “Missions to the Moon”. Er heeft dus iemand een slechte beslissing genomen.

Het boek zelfs is prachtig uitgevoerd: in kleur, met foto’s en tekeningen, met tamelijk beknopte en to-the-point-hoofdstukken over de verschillende etappen naar de Maan, op de Maan, en de periode na de vluchten van de Apollo – want ook de latere gebeurtenissen en de voorbereidingen voor de nieuwe bemande maanreizen komen aan bod.

Het geheel werd uitgebreid met geslaagde reproducties van oorspronkelijke documenten, zoals een weergave van de handgeschreven notities van vluchtleiders tijdens de rampzalige vlucht van Apollo 13, toen er een explosie aan boord was. De uitgave toont documenten die zelden en soms zelfs nooit eerder openbaar werden verspreid, en dat is dan ook het sterkste punt ervan.

Ze bevat zelfs een reproductie van een brief waarin wordt gesteld dat volgens getuigenissen Wernher von Braun een gevaarlijke nazi was.Von Braun was de man die aan de wieg stond van de Saturnus V, de meer dan honderd meter hoge raket waarmee de Apollo-capsule met drie bemanningsleden naar de Maan werd gelanceerd. Von Braun had ook andere Amerikaanse raketten ontworpen, die bijna allemaal afgeleid waren van de V2.

Het boek stelt dat de V2 Von Brauns tweede V-ontwerp was, en de eerste de V1: een met een straalmotor aangedreven onbemand vliegtuigje dat een springlading over grote afstand kon vervoeren, en dat dan ook deed: gedurende de Tweede Wereldoorlog in opdracht van Adolf Hitler. Maar Von Braun heeft de V1 niet ontworpen.

De V2 was een echte raket. Hij kon ook verder vliegen en een zwaardere lading vervoeren. Er stierven 7200 mensen bij de explosies die de V2’s bij inslagen veroorzaakten. Er stierven trouwens minstens 20.000 mensen bij de bouw ervan! Allemaal slaven, Joden, Polen en andere gevangen, die door de SS en andere afdelingen van het Nazi-rijk tot de dood werden afgebeuld om de onderaardse fabrieken, opslagruimten, laboratoria, verblijven en controlekamers te bouwen waarin de V1’s en V2’s werden geboren. Von Braun was lid van de SS.

Omwille van zijn oorlogsverleden wilden de Amerikanen aanvankelijk Von Braun niet inzetten in de ruimtewedloop. Het was pas toen de Russen te veel voorsprong dreigden te krijgen, dat Von Braun en andere Duitse raketgeleerden aan het werk werden gezet.

Raketten werden tijdens WOII en daarna ontwikkeld om bommen over grote afstand te transporteren. De V1 en V2 zijn de voorouders van de huidige kruisraketten en ICBM’s. Al op het einde van de jaren 40 was de bedoeling om transportmiddelen te ontwikkelen waarmee over grote afstanden atoombommen konden worden vervoerd.

Daardoor ontstonden langeafstandsbommenwerpers en stealthbommnwerpers, maar raketten hadden enkele voordelen: om te beginnen was je niet in de buurt als dat ding op zijn doel explodeerde. Ten tweede konden ze veel sneller vliegen en waren ze daardoor moeilijker te onderscheppen. Dat je er geen piloot voor nodig had, leverde ook enkele voordelen op: je kon geen tekort aan piloten hebben, en niemand hoefde na het einde van de missie terug te keren. Doordat er geen piloot was, kon je die tuigen ook lichter houden.

Een van de nadelen was dat niemand aan boord de koers kon controleren, dus moest je meer op automatische systemen mogen vertrouwen.

Vandaar het grote belang van de ruimterace: er werden automatische vluchtleidingssystemen en raketten ontwikkeld die voldoende gewicht precies tot op de juiste plek konden brengen.

De inspanningen van Von Braun voor die wapens begon al voor de Tweede Wereldoorlog. Eerst werd hij lid van de nazi-partij, en daarna zelfs van de SS. In dit boek, “De eerste mens op de Maan” van Rod Pyle, wordt er wel een beetje gemakkelijk over dat aspect van Von Braun heen gefietst. Nogal wat Duitsers zegden na WOII dat ze niet wisten wat er in de concentratiekampen gebeurde, en nogal wat Duitsers zullen daarin gelijk hebben gehad. Je kwam tenslotte niet om de vijf kilometer zo’n kamp tegen.

Maar dat Von Braun van niets wist, kan niet. Hij zat er met zijn neus bovenop. Er zijn 20.000 mensen gestorven door het werk om zijn raketten te bouwen. En hij zou niets hebben gemerkt? Dat lijkt me sterk.

Al in de jaren zestig werd Von Brauns rol als SS-officier geminimaliseerd, want dat pastte niet in de propagandaslag die de race naar de Maan was. “De eerste mens op de Maan” neemt die houding gewoon over.

De eerste mens op de Maan, Rod Pyle, 2009, Utrecht, Kosmos Uitgevers bv, oorspronkelijk: “Missions to the Moon”, vertaling: Jos Oomens, geïllustreerd in kleur met reproducties van historische documenten als bijlagen, index, bronvermelding van bijlagen en illustraties, en vertaling van de bijgevoegde reproductie van een Russische krantenknipsel, gebonden, oblong, geleved in een casettet met kleurenopdrukken, afmetingen boek: 26,5 x 31 x 3,2 cm, 60 p’s, afmetingen casette: 28 x 31 x 3,5; ISBN 978-90-215-4254-6.
Prijs: 39,95 euro

Taalmodel: signaleren, melden

FOUT Als de auto geseind staat, worden de agenten gewaarschuwd.
GOED Als de auto gesignaleerd / als gestolen gemeld staat, worden de agenten gewaarschuwd.

VERKLARING
“Geseind zijn” is een gallicisme, letterlijk vertaald van het Franse “être signalé”.
Mogelijke alternativen zijn “signaleren”, “melden”, enz.

Taalmodel: rolstoelgebruiker

FOUT Rolstoelpatiënten krijgen nog steeds voorrang bij De Lijn, omdat zij hun plaats moeten reserveren.
GOED Rolstoelgebruikers krijgen nog steeds voorrang bij De Lijn, omdat zij hun plaats moeten reserveren.

VERKLARING
Een “patiënt” is iemand die bij een arts in behandeling is. Een “rolstoelgebruiker” is niet per se een patiënt.
Meer uitleg

Taalmodel: overdragen

FOUT De advocaat van Radovan Karadjic gaat in beroep tegen de beslissing van de Servische justitie om zijn cliënt uit te leveren aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.
GOED De advocaat van Radovan Karadjic gaat in beroep tegen de beslissing van de Servische justitie om zijn cliënt over te dragen aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.

VERKLARING
“Uitlevering” is een procedure tussen twee soevereine staten. Als een staat een persoon ter beschikking stelt van een internationaal hof of tribunaal, dan is dat een “overbrenging” of “overdracht”.
Meer uitleg

Taalmodel: samenstellingen met windstreken in aardrijkskundige namen

FOUT Indonesië was ooit een grote olieproducent in Zuid-Oost-Azië, maar nu is de infrastructuur verouderd.
GOED Indonesië was ooit een grote olieproducent in Zuidoost-Azië, maar nu is de infrastructuur verouderd.

VERKLARING
Zoals vaak met koppeltekens in samenstellingen, is de vraag: wat hoort bij wat? Of beter: wat zegt iets over wat?
Hier wordt bedoeld het zuidoosten van Azië, niet het zuiden van Oost-Azië.
Aangezien “zuid” hier dus niet “Oost-Azië” bepaalt, maar “oost”, en met “oost” een groep vormt die zelf “Azië” bepaalt, wordt het “Zuidoost-Azië”.

Windrichtingen krijgen een hoofdletter als ze als aardrijkskundige naam gebruikt worden. De grens tussen windstreek en aardrijkskundige naam is niet scherp te trekken, maar Als een windstreek onderdeel van een aardrijkskundige naam is, schrijven we altijd een hoofdletter.
“Het zuidoosten van Azië” wordt daardoor “Zuidoost-Azië”, net zoals “het zuidwesten van de provincie Noord-Brabant” “Zuidwest-Noord-Brabant” wordt, zelfs al bestaat er geen administratieve eenheid met de naam “Zuidwest-Noord-Brabant”.
Meer uitleg