FOUT Bij Gerolsteiner doen ze er alles aan om Barredo niet te dicht te laten komen.
GOED Bij Gerolsteiner doen ze er alles aan om Barredo niet te dichtbij te laten komen.
VERKLARING
“Bij” hoort erbij.
FOUT Bij Gerolsteiner doen ze er alles aan om Barredo niet te dicht te laten komen.
GOED Bij Gerolsteiner doen ze er alles aan om Barredo niet te dichtbij te laten komen.
VERKLARING
“Bij” hoort erbij.
FOUT Van zodra hij in Frankrijk is komen wonen, is hij Fransman geworden.
GOED Meteen nadat hij in Frankrijk was komen wonen, is hij Fransman geworden.
VERKLARING
“Van zodra” is dialect. De standaardvariant is “zodra”. Met “zodra” kan de zin beter anders geformuleerd worden: “Zodra hij in Frankrijk woonde, …”
FOUT De bacheloropleiding is veel meer dan een veredelde cursus metsen.
GOED De bacheloropleiding is veel meer dan een veredelde cursus metselen.
VERKLARING
“Metsen” is dialect. Algemeen Nederlands is “metselen”.
FOUT Kurt verdiende als arbeider gemiddeld tien euro en half bruto per uur.
GOED Kurt verdiende als arbeider gemiddeld tien en een halve euro bruto per uur.
VERKLARING
“Een combinatie van een heel getal met een breukgetal wordt in zijn geheel vóór het substantief geplaatst waar het bij hoort”, schrijft de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS).
FOUT Kopijen van gebouwen uit Wenen, Venetië en Londen domineren het straatbeeld.
GOED Kopieën van gebouwen uit Wenen, Venetië en Londen domineren het straatbeeld.
VERKLARING
Kopij is tekst die bestemd is om gedrukt te worden.
FOUT Onder leiding van Duvel wordt bij Liefmans in Dentergem weer gebrouwd.
GOED Onder leiding van Duvel wordt bij Liefmans in Dentergem weer gebrouwen.
VERKLARING
Als er wordt gebrouwd, dan wordt er met een schraperige r gesproken.
Het is vaak moeilijk kiezen, maar het juiste voorzetsels kiezen bij het werkwoord ‘kiezen’ is al even moeilijk. En dan moet je ook nog oppassen met het gebruikte voegwoord.
‘Kiezen’ kan met de voorzetsels ‘tussen’, ‘voor’ en ‘uit’ worden gecombineer, of helemaal geen voorzetsel meekrijgen. En zowel het voegwoord ‘of’ als ‘en’ kunnen worden gebruikt. Maar niet in alle omstandigheden.
– Kiezen tussen
Na ‘kiezen tussen’ volgt altijd een meervoud, bijvoorbeeld een opsomming.
Bijv.: Je kunt kiezen tussen een dieselmotor en een benzinemotor.
In dat geval moet altijd het voegwoord ‘en’ worden gebruikt, eventueel tussen de laatste delen van de opsomming:
Bijv. Je kunt kiezen tussen een dieselmotor, een benzinemotor en een hybride.
Het is echter ook mogelijk dat er geen opsomming wordt gebruikt, maar in dat geval is dat waartussen je moet kiezen wel meervoudig.
Bijv. Je kunt kiezen tussen verschillende motoren.
– Kiezen uit
Met ‘kiezen uit’ volgt meestal een meervoudig begrip.
Bijv.: Je kunt kiezen uit verschillende motorversies.
– Kiezen voor
Na ‘kiezen voor’ volgt het voegwoord of.
Bijv. Je moet kiezen voor een cabrio of een coupé, want een sedan hebben ze niet.
– Kiezen
Het is ook mogelijk om ‘kiezen’ zonder voorzetsel te gebruiken. Ook dan wordt het gecombineerd met het voegwoord ‘of’.
Bijv.: Je kiest een cabrio of een coupé.
Verkleinwoodjes… Nederlands is uniek door zijn verkleinwoordjes. Er zijn weinig talen waarin zo veel kan worden gedaan met verkleinwoordjes, ook genaamd: diminutieven. In het Nederlands kun je immers van elk woord een verkleinwoord maken.
Maar er is een keerzijde: doordat we van elk woord een verkleinwoord kunnen maken, zijn de regels relatief ingewikkeld.
Een van de moeilijkheden is het vormen van diminutieven die eindigen op de uitgang “-ing”.
Maar wanneer gebruiken we de ene vorm, en wanneer de andere?
De keuze is afhankelijk van de lengte van het woord en van de plaats van klemtoon.
Er is soms verwarring bij het gebruik van deze/die en dat/dit.
Soms wordt “deze” gebruikt als het “die” moet zijn, en soms “dit” als het “dat” moet zijn.
Er zijn veel redenen voor die fouten, en ze kunnen alleen worden aangepakt door een grondige kennis van de grammaticale kenmerken en mogelijkheden van die vier woordjes.
Die/deze en dat/dit zijn aanwijzende voornaamwoorden.
De meest voorkomende aanwijzende voornaamwoorden (die en dat) hebben eigenlijk drie verschillende gebruikswijzen.
Ze kunnen wijzend of verwijzend worden gebruikt, en als ze verwijzend worden gebruikt, kunnen ze ofwel volledig verwijzend ofwel bepalingaankondigend worden gebruikt.
De wijzende functie wordt gebruikt in de spreektaal. In dat geval worden “die” en “dat” gewoonlijk gecombineerd met een gebaar.
Alleen deze(n)/dit en die/dat zijn aanwijzende voornaamwoorden die worden gebruikt met de wijzende functie. Ze kunnen zowel zelfstandig als bijvoegelijk worden gebruikt. De andere aanwijzende voornaamwoorden kunnen niet met wijzende functie worden gebruikt.
Om iets wat elders in de tekst genoemd wordt te representeren worden deze/dit en die/dat gebruikt, maar ook enkele andere verwijzende voornaamwoorden die we hier niet behandelen, omdat ze geen invloed hebben op het probleem dat we willen behandelen, namelijk het verkeerde gebruik van “deze” i.p.v. “die” en van “dit” i.p.v. “dat”.
Deze/dit en die/dat verwijzen naar entiteiten (eenheden, gehelen), en kunnen zowel bijvoeglijk als zelfstandig worden gebruikt.
Het is vooral het terugwijzende en vooruitwijzende gebruik dat vaak wordt verward.
De oorzaak ervan is dat in de schrijftaal “dit” (zowel zelfstandig als bijvoegelijk) en “deze” (vooral bijvoegelijk) ook worden gebruikt om terug te verwijzen naar wat onmiddellijk vooraf gaat.
Wij en ook anderen raden af om dit/deze te gebruiken om terug te wijzen. Als dat toch gebeurt, verwatert het onderscheid tussen enerzijds die/dat en anderzijds deze/dit. Dan is het niet meer mogelijk om nog het onderscheid te maken tussen vooruitwijzen en terugwijzen.
Soms verwijst een aanwijzend voornaamwoord naar een entiteit die nog niet helemaal bekend is, maar die in een volgende bepaling duidelijker wordt gemaakt (in een voorzetselgroep of in een beperkende relatieve bijzin). In dat geval “kondigt het voornaamwoord aan” dat er nog zo’n bepaling zal volgen.
In een zin als “Ik heb mijn boek, maar dat van jou vind ik niet” geeft het aanwijzend voornaamwoord enkel te kennen dat er over “een boek” wordt gesproken. Dat kunnen we afleiden uit uit wat voorafgaat. Maar over “welk boek” het precies gaat kunnen we niet afleiden uit het voornaamwoord zelf.
Bij aanwijzende voornaamwoorden met wijzende of verwijzende functie daarentegen wordt uit het voornaamwoord zelf wel duidelijk welke individuele vertegenwoordiger van de groep wordt bedoeld.
Een voornaamwoord met bepalingaankondigende functie moet worden aangevuld met een bepaling waaruit blijkt welk individu van de bedoelde klasse wordt aangeduid.
Bepalingaankondigende voornaamwoorden zijn onder andere die/dat (zowel zelfstandig als bijvoegelijk), maar nooit “deze/dit”.
Opmerking: Er is geen bezwaar tegen twee keer “die” (als bepalingaankondigend voornaamwoord “die” gevolgd door betrekkelijk voornaamwoord “die”). Het eerste “die” wordt met nadruk uitgesproken, maar het tweede zonder. “Die welke” wordt in houterige boekentaal gebruikt om dubbel-die te vermijden, maar het is erg stijf.
Ook in deze categorie zijn er nog andere woorden, maar ze spelen evenmin een rol in het die/deze- en dit/dat-probleem.
(c) 2008, Peter Motte
FOUT Fransman Pierre Tombal is in Istanbul gaan wonen en vertelt zijn avonturen.
GOED De Fransman Pierre Tombal is in Istanbul gaan wonen en vertelt zijn avonturen.
VERKLARING
Bij woorden die een nationaliteit aanduiden, is het lidwoord verplicht.
Meer uitleg: wa href=”http://www.let.ru.nl/ans/ganaar?04/05/04″>lidwoord bij ‘unieke referentie’ (ANS).