FOUT Hij heeft het probleem langs twee kanten bekeken.
GOED Hij heeft het probleem van twee kanten bekeken.
VERKLARING
Algemeen Nederlands is “van twee kanten”.
FOUT Hij heeft het probleem langs twee kanten bekeken.
GOED Hij heeft het probleem van twee kanten bekeken.
VERKLARING
Algemeen Nederlands is “van twee kanten”.
FOUT Als we in het weekeinde de kast verhuizen en we halen het niet met z’n tweeën, mogen we dan nogmaals beroep doen op jou?
GOED Als we in het weekeinde de kast verhuizen en we halen het niet met z’n tweeën, mogen we dan nogmaals een beroep doen op jou?
VERKLARING
Nederlandstaligen doen “een beroep op iets of iemand”. Franstaligen doen het zonder lidwoord (faire appel à).
FOUT We bekijken zo’n zaken op individuele basis en ondernemen actie wanneer wij dat nodig vinden.
GOED We bekijken zulke zaken op individuele basis en ondernemen actie wanneer wij dat nodig vinden.
VERKLARING
Bij een woord in het meervoud is het “zulke”.
Er is wel een uitzondering: “zo’n” is standaardtaal in het hele taalgebied in combinatie met een meervoudig zelfstandig naamwoord als het betrekking heeft op een daarbij horend telwoord en ‘ongeveer’ betekent.
“Zo’n” kan ook met een niet-telbaar zelfstandig naamwoord optreden als het de betekenis van een versterkende bepaling heeft.
Maar behalve in die specifieke gevallen vereist een meervoudig zelfstandig naamwoord altijd “zulke”.
“Zulke” wordt ook gebruikt met niet-telbare enkelvoudige zelfstandige naamwoorden, zoals stofnamen.
Voorbeelden: “bier” en “pap”, maar ook woorden zoals “pijn”, “vee” en “weer”.
FOUT “Childhood’s End” is weer uitgegeven en kun je vanaf nu lezen wanneer je maar wil.
GOED “Childhood’s End” is weer uitgegeven. Je kunt het vanaf nu lezen wanneer je maar wilt.
VERKLARING
De samentrekking is fout: in de eerste zin is “Childhood’s End” onderwerp, in de tweede zin lijdend voorwerp. Samentrekking kan alleen als de grammaticale functie gelijk is.
FOUT De automobilisten moeten dus nog even op hun tanden bijten: de werkzaamheden duren nog twee weken.
GOED De automobilisten moeten dus nog even doorbijten: de werkzaamheden duren nog twee weken.
VERKLARING
“Op je tanden bijte”n betekent dat je geen emotie of pijn laat zien.
“Doorbijten” betekent ‘volhouden, doorzetten’.
FOUT Hij huurde voor weinig geld een aardig appartementje in de banlieue, maar moest het uiteraard helemaal zelf bemeubelen.
GOED Hij huurde voor weinig geld een aardig appartementje in de banlieue, maar moest het uiteraard helemaal zelf meubileren.
VERKLARING
Algemeen Nederlands is “meubileren”. Kamers of flats (appartementen) zijn wel of niet gemeubileerd.
Referentie: Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal op cd-rom, G. Geerts, T. den Boon en D. Geeraerts (red.), 14e editie, Van Dale Lexicografie, 2005
FOUT Het gebouw wordt op de verticale as in twee gesplitst door de koker en op de horizontale as door het plafond.
GOED Het gebouw wordt op de verticale as in tweeën gesplitst door de koker en op de horizontale as door het plafond.
VERKLARING
Na voorzetsels (in, op, over, na…) worden telwoorden verbogen: met z’n drieën, na tweeën, in vieren… Plafon, zonder d op het eind, is een beetje een rare, maar toch aanvaarde spelling.
Referentie: Algemene Nederlandse spraakkunst, W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij en M.C. van den Toorn, Martinus Nijhoff, Wolters Plantyn, 1997
FOUT Tenslotte, zei hij tenslotte, hebben we er niet het minste idee van of we het slot nog open zullen krijgen.
GOED Tenslotte, zei hij ten slotte, hebben we er niet het minste idee van of we het slot nog open zullen krijgen.
VERKLARING
“Tenslotte” in één woord betekent “eigenlijk”. Dat is het eerste “tenslotte” in de zin. “Ten slotte” in twee woorden betekent “tot slot”.
Bron: “De Taalgids, Tekstverzorging van A tot Z”, Peter van der Horst, 2000, SDu, Standaard Uitgeverij
1 De jongen, die een raket wou bouwen, had geen milieuvergunning.
2a De bakker die we een bekeuring gaven, leverde pasteitjes.
2b De bakker wie we een bekeuring gaven, leverde pasteitjes.
Het gebruik van ‘wie’ en ‘die’ is afhankelijk van de functie van die betrekkelijke voornaamwoorden in de bijzin.
Het is ‘die’ als de functie van het woordje het volgende is:
Als het betrekkelijk voornaamwoord een meewerkend voorwerp is EN naar mensen verwijst, kan ook ‘wie’ gebruikt worden.
FOUT Hij kon niet aan de verleiding weerstaan om stiekempjes, terwijl zijn vrouw niet keek, achter in het boek te loeren wie de dader was.
GOED Hij kon de verleiding niet weerstaan om stiekempjes, terwijl zijn vrouw niet keek, achter in het boek te loeren wie de dader was.
VERKLARING
“Weerstaan aan” is letterlijk vertaald Frans (résister à).
In het Nederlands “weersta je iets”, niet aan iets.
Bron: “Correct Taalgebruik”, W. Penninckx, P. Buyse en W. Smedts, UGA, 2001.