Taalprobleem: vervoegd werkwoord

FOUT In Doorslaar is gisteren een motorrijder betrapt met een snelheid van 140 kilometer per uur in de bebouwde kom.
GOED In Doorslaar is gisteren een motorrijder betrapt die 140 kilometer per uur in de bebouwde kom reed.

VERKLARING
Een zin met een vervoegd werkwoord klinkt prettiger in gesproken taal.