FOUT Ik kan niet aan het boek op dat hoge schap.
GOED Ik kan niet bij het boek op dat hoge schap.
VERKLARING
Correcte zinnen voor iets dat bijvoorbeeld te hoog staat, is “er niet bij kunnen” of “het niet kunnen bereiken”.
FOUT Ik kan niet aan het boek op dat hoge schap.
GOED Ik kan niet bij het boek op dat hoge schap.
VERKLARING
Correcte zinnen voor iets dat bijvoorbeeld te hoog staat, is “er niet bij kunnen” of “het niet kunnen bereiken”.
FOUT Bij de slager vroegen ze altijd: “Aan wie is het alstublieft?”
GOED Bij de slager vroegen ze altijd: “Wie volgt, alstublieft?”
VERKLARING
Correct is “Wie volgt?” of “Wie is er aan de beurt?”